Tags

, , ,

Standley Chasm is erg eenvoudig uit te leggen. Het ligt op zo’n 50 kilometer van Alice Springs en er is een ding te zien. Twee rechtopstaande rotswanden waar je tussendoor kunt lopen. De rotswanden zijn vrij hoog en natuurlijk de rode rotsen die in het binnenland van Australië vrij normaal zijn. Op zich leuk, maar niet extreem bijzonder. De attractie schijnt echter te bestaan uit het feit dat de zon slechts zo’n 15 minuten per dag geheel tot aan de grond komt, wat een speciaal licht geeft, waardoor de rotswanden nog roder worden dan ze al zijn.

Omdat dit ondertussen bekend is geworden en in alle reisgidsen vermeldt staat, zelfs in een klein blokje extra informatie op de wegenkaart wordt het verhaal verteld, komen de toeristen normaal gesproken slechts op dat moment van de dag. Ik was toch in de buurt en besloot dus ook om maar even gebruik te maken van het feit dat in de Northern Territory van Australië geen snelheidslimiet bestaat. Even doorkarren dus en nog net voor de middag aanwezig. De 15 minuten wandeling kan ook nog wel even snel afgelegd worden en net als meerdere anderen ben ik net op tijd bij de doorgang.

Het probleem was echter dat het weer niet meewerkte. Terwijl het de hele ochtend stralend weer was geweest, begonnen de eerste wolkjes te verschijnen rond half twaalf en toen het eenmaal twaalf uur was, was de zon achter de wolken verdwenen. Het wachten was dus op het moment dat de zon door de wolken zou breken. De doorgang was zo’n 30 meter lang, de rotswanden schat ik aan beide kanten een meter of honderd hoog. Aan het eind van de Chasm was een klein beekje, dus verder lopen was alleen mogelijk als je geen probleem had met natte voeten.

Ik kan niet zeggen dat het extreem druk was, maar er waren toch een behoorlijk aantal toeristen aanwezig. En zonder uitzondering gewapend met een fotocamera. Allemaal hopend op dat ene moment van magie, dat ene moment dat het licht tot aan de grond reikt en een unieke foto gemaakt kan worden. Er was eentje zonder fotocamera, hij stond aan de zijkant op een verhoging met een gigantische videocamera op een statief. Hij had blijkbaar de tijd genomen om de beste hoek te vinden en maakte met de camera diverse bewegingen in diverse richtingen, volgens mij nog niet filmend, maar oefenend voor het moment dat de zon zou komen.

Drie Nederlandse backpackers gedroegen zich als de irritante toeristen die Nederlanders in het buitenland kunnen zijn. Eerst bij de ingang zeuren om korting, ‘want we zijn zo arm’ (“Als je het kunt veroorloven hier te komen, dan kun je ook de entree betalen”, antwoordde de dame aan de kassa terecht) en nu ook bij de chasm. Vertrouwend op het feit dat er erg weinig buitenlanders zijn die onze taal verstaan, mopperden ze zonder einde over de hoge entree, over anderen die in hun beeld stonden, over het feit of dit nu alles was, over het lawaai van elkaar’s camera’s en Joost mag weten wat nog meer.

Twee oudere koppels maken foto’s van elkaar, ook al is het dan bewolkt. Ze hadden al moeite genoeg met de korte wandeling over rotsen en stroompjes, ze waren blij dat ze er waren. Een van de vrouwen maakt een foto, maar weet niet hoe het apparaat werkt, terwijl een van de mannen op het verhoginkje klimt waar de ‘professional’ ook al staat, om van daaruit een beeldje te schieten. Naar beneden klimmen blijkt niet zo eenvoudig en het duurt dan ook een behoorlijk tijdje voordat hij weer vaste grond onder voeten heeft.

Een Italiaans echtpaar heeft de bergschoenen aangetrokken vanochtend en hoopt ook op de ideale foto, maar de zon wil nog steeds niet komen. Een familie met twee kinderen loopt wat rond, tot grote ergernis van de Nederlandse backpackers die maar geen foto kunnen maken. Het idee is natuurlijk om de hele doorgang in een beeld te krijgen en dan met niemand er in, of liever nog, alleen jij zelf. Maar met nog een paar anderen die op een steen zitten te wachten, zijn we hier nu zeker met anderhalf dozijn aanwezig, dat maakt het zeker niet eenvoudiger.

Ik heb mijn foto al lang gemaakt en hoop eigenlijk dat de zon niet meer komt, al was het alleen maar om de reacties te zien van de wachtende meute. Ik zit op een steen wat om me heen te kijken, voornamelijk naar de toeristen. Ik begrijp de fascinatie eigenlijk niet zo goed. Voor de meesten is die foto het belangrijkste hier. Niet het feit dat ze een mooi stuk unieke natuur zien, maar het feit dat ze kunnen bewijzen dat ze er geweest zijn. Dat ze aan anderen kunnen laten zien, dat ze er op het juiste moment waren. En als er dan inderdaad niemand anders in beeld stond, gewoon vertellen dat je daar alleen was toen die foto genomen werd. Tenslotte ziet het er zo uit en kan niemand bewijzen dat het niet zo was.

Het doel van reizen is dus niet om iets te zien, of iets te beleven, maar om anderen te laten zien hoe uniek je bent. En dan een petje of een T-shirt kopen en daar in rond lopen, om de foto’s een certificaat van echtheid te geven. En ondertussen zijn ze in plaats van uniek juist conformerend bezig. Net als iedere andere toerist, zoals miljoenen anderen dat over de hele wereld elke dag weer doen.

Even later zijn de eerste zonstralen te zien. De cameraman op de rots begint te draaien met zijn apparaat, de Nederlanders vloeken maar weer eens omdat er mensen in de weg staan, de Italianen bereiden zich voor op de foto. Een oude man blijft zitten op zijn rots, precies wat ik ook doe. Het is wel goed. Het verschil is volgens mij nauwelijks waarneembaar, de uniekheid van het moment, overdreven in de gidsen. De zon verdwijnt weer even achter de wolken en de twee oude koppels beginnen weer aan hun lange wandeling en vanaf de rots klinkt de opmerking dat ‘ik zo geen foto wil maken met al die mensen erin’.

De zon keert terug en iedereen kan nog snel even genieten van het zogenaamde unieke moment. Er komen een paar Australiërs aan die concluderen dat ze precies op het juiste moment zijn aangekomen. Een enkeling van de ‘oude garde’ hoort die opmerking en moet zich inhouden geen opmerking te maken.

Ik heb genoeg gezien en keer ook terug naar de parkeerplaats. Mijn foto is waarschijnlijk niet zo mooi als die van alle anderen, maar ik heb meer lol gehad dan de rest.

 

(Alice Springs, Australië, april 2001)

Advertenties