Tags

, , , ,

De manier om de Verenigde Staten te leren kennen is de Ameripass van Greyhound. Voor een goede prijs krijg je een aantal dagen ongelimiteerd rondreizen. Natuurlijk zal de Amtrak beter en luxer zijn, sneller ook, maar niets is meer Amerikaans dan de Greyhound.

De terminals zijn altijd een bron van leven. Naast vele reizigers, wegbrengers en ophalers, hangen er verschillende figuren rond. Al bij mijn eerste reis in New York viel me dat op. Charlie was daar erg aanwezig. Zo’n oud mannetje, zoals Eddy Murphy zo goed speelde in een kapperszaak, in weet ik veel welke film. Praatjes als Mohammed Ali, maar nog niet de helft van zijn postuur. En om 9 uur ’s ochtends al een fles drank achter de kiezen. Charlie daagde de bagagejongens een beetje uit en flirtte met de dames van de kaartjes. De vermoeide reizigers keken allemaal een beetje geïrriteerd naar hem. Elk dorp heeft wel een Charlie.

Het reizen zelf is traag en oncomfortabel. Maar op de een of andere manier is dat ook wel weer aantrekkelijk, hoe raar dat ook moge klinken. Greyhound doet er alles aan om klanten ontevreden te houden lijkt het. De aangegeven tijden kloppen vaak niet. Als je voor ligt op schema, worden er extra stops ingelast. De bus moet worden schoongemaakt om half vijf ’s ochtends, net als het je eindelijk lukte iets te doezelen word je de terminal ingestuurd. Bij elke stop onderweg stappen alle rokers uit, als de chauffeur ook een roker is, duurt de reis meteen een stuk langer. Verder zijn de rijen in de terminals altijd onduidelijk, worden de aankondigingen op onverstaanbaar volume afgespeeld en stopt de chauffeur onderweg precies bij die restaurants en eettentjes, waarvan hij weet dat hij er voor niets eet, meestal geen aanbeveling voor de kwaliteit.

Iedereen klaagt dan ook continu. Al voor vertrek over de onbeschoftheid van het personeel aan de balie, dat vaak inderdaad niet al te vriendelijk is. Daarbij ook nog erg slecht opgeleid. Plaatsnamen buiten een straal van 100 kilometer zijn totaal onbekend, enige geografische kennis is ze vreemd. De Amerikaan reist dan ook alleen met Greyhound als het niet anders kan. En dat is regelmatig zo. Want vliegen is dan weliswaar erg eenvoudig in het gigantische land, maar ook erg duur. Dus valt men noodgedwongen terug op het goedkope alternatief, de busmaatschappij die in elk gehucht komt: Greyhound.

Onderweg ontstaat er toch regelmatig een band tussen de reizigers. Wanneer je 12 uur in een bus zit, is het onvermijdelijk dat je bij een stop wat begint te kletsen. Vooral ’s nachts is het erg saai tenslotte, slapen is bijna onmogelijk en uit het raam kijken gaat niet. De afwisseling van een stop is welkom Een onderwerp heb je altijd: Hoe slecht deze reis wel niet is. Hoe vervelend de chauffeur, en dat het de laatste keer is dat je met ze meereist. Tot de volgende reis dan. Tot 2 keer toe viel er een jongedame tegen mijn schouder in slaap. In de bus is dat geen probleem. Het publiek is niet de elite van het land. Vele minderheden en blanken waarvan je vermoed dat ze niet in een villawijk wonen afgewisseld met studenten en reizigers. De plaats van de terminal is ook nooit in het betere gedeelte van de stad.

De chauffeurs zijn een verhaal apart. Het lijkt of ze maar 2 soorten chauffeurs rekruteren. Kale blanke kereltjes van middelbare leeftijd met een bril en grote sterke zwarte chauffeurs, vaak met een achtergrond in het leger. Van de laatstgenoemde categorie was de chauffeur die me van Richmond naar Nashville bracht. Terwijl hij zich voorstelde en de regels uitlegde, waren enkele semi-dronken soldaten met verlof erg rumoerig achter in de bus. Na de eerste waarschuwing werd het niet stil. Zonder enige twijfel zette hij de bus aan de kant van de oprit van de snelweg waar we ons toevallig bevonden en kwam even naar achteren. Hij was zo breed dat hij zijdelings door het gangpad moest lopen en gaf de jongelui even een berisping, waarbij hij ze eerst de pet af liet zetten en uiteindelijk excuses liet aanbieden aan de jonge moeder die toevallig bij hun in de buurt zat.

De leukste medereiziger trof ik in Charleston. Al was ik blij dat hij in een andere richting reisde. Net als hij was ik enkele uren van te voren aanwezig in de terminal. Hij kon echter niet gewoon stil zitten en wachten. De meisjes achter de balie verdwenen om de beurt naar het kantoor, omdat ze niet meer met hem konden praten. Hij was een marktkoopman in kleding, tenminste dat neem ik aan. Een van zijn dozen was namelijk zo groot, dat hij niet mee mocht op de bus. Omdat hij toch tijd zat had, pakte hij het over in kleinere dozen. Het meisje van de balie hielp hem. Elk bloesje, elk overhemd en elke broek werd van commentaar voorzien. Geduldig hoorde ze hem aan en hield de knaapjes vast. Een broek die al lang uit de mode was belande in de prullenbak. Toen hij eindelijk alles had over gepakt, zocht hij een gesprekspartner. Want dat de wereld kapot was, dat wist hij zeker. It’s a cold world, bleef hij maar herhalen. Niets klopte er meer tegenwoordig. Je kon niet eens meer het raam open laten staan of er werd ingebroken, vroeger was dat wel anders. Later vermelde hij dat hij in de gevangenis had gezeten. Toen ik hem vroeg waarvoor, bleek het voor diefstal te zijn. Mijn conclusie dat we dus daarom de achterdeur niet meer open konden laten staan, sloeg bij hem niet echt aan. Hij quote de bijbel en de koran door elkaar en gaf voorbeelden wat er allemaal fout was in deze wereld. Wat ik probeerde om hem uit de tent te lokken, hij had het niet door. Andere wachtenden zaten diep in hun boeken en kranten, of deden alsof ze sliepen, zo lang ze maar niet mee hoefden te discussiëren. Na een vermoeiend uur kwamen de bussen gelukkig ruim op tijd en was ik van hem verlost.

De Greyhound is voor mij een schitterend vervoermiddel. Is er veel mis mee, maar als alles goed zou gaan, was het ook niet leuk. Ik vertrek over een paar weken weer naar de VS, ik denk dat ze mij wel als klant terugzien.

(Boca Chica, December 1999)

Advertenties