Tags

, , , ,

Eigenlijk is het een plaatsje van niets. Greymouth. Halverwege de westkust van het zuid-eiland van Nieuw Zeeland. Net iets meer dan tienduizend inwoners en omdat alle dorpen, gehuchten, buurtschappen en gaten er omheen nog (veel) kleiner zijn, geldt het als een stad. Sterker nog, het is de centraal gelegen plaats van dat stuk land, het heeft een regiofunctie. De naam is weinig origineel, aan de monding van de rivier de Grey gelegen.

Op het eerste oog is er niets bijzonders te beleven. Een klein haventje, een winkelstraat, een paar onderkomens voor toeristen, een supermarkt, een cinema waar de films net niet de allernieuwsten zijn, een paar kleine buitenwijken, de zee. Maar wie er net even iets beter kijkt ontdekt de kleine dingen die Greymouth anders maakt dan de honderden of duizenden vergelijkbare plaatsen van vergelijkbare grootheden in andere gedeeltes van de wereld.

Liftend kwam ik in Greymouth en werd door de vertegenwoordigster afgeleverd bij hostel Noah’s arc. De naam geeft al aan dat we hier niet met een standaard hostel te maken hebben. De kamers hebben dan ook geen nummers, maar namen van dieren. Het hele gebouw, omgebouwd van een voormalig parochiehuis, staat in het teken van dieren. In de eetzaal is het behang Noah’s arc. De prullenbak gaat open als je de bek van de krokodil opendoet. In de televisiekamer staan diverse beeldjes van dieren. Nog steeds niet bijzonder, totdat je oplet en merkt dat echt alles binnen het teken valt. Het plankje dat de deur openhoudt heeft een kop erop. De vogel in de hal vliegt vrij rond. De kussens op de banken hebben een dierenmotief.

Maar het mooist zijn de kamers. De berenkamer heeft berenbehang, meerdere beren op de schoorsteenmantel en enkele dekbedovertrekken hebben berenkoppen. De kamer van de giraf is vergelijkbaar. Muurschilderingen in elke kamer staan in het teken van dat dier, het behang is ook altijd aangepast. Het hoogtepunt moet haast wel de luipaardkamer zijn. Niet alleen een schildering en wat behang, maar ook het beddengoed. Luipaardmotief, met aan de andere kant voetafdrukken, die, let op de details, ook op de houten poten van het stapelbed staan. Zelfs de handdoek en de gordijnen zien er uit als luipaardvel. En om het geheel compleet te maken, staan de poten van het bed in een paar kinderpantoffels, die natuurlijk een luipaardkop voorstellen.

Een ander hostel bedacht een ander thema. Boven de kroeg gezeten is de overeenkomst snel bedacht. Wie een barrekening van 25 dollar (een dollar is net iets meer waard dan een gulden, maar nog geen mark) betaald, krijgt zijn bed gratis die nacht. Ervan uitgaande dat een goedkope overnachting al gauw 15 dollar kost, is dit natuurlijk een erg goed aanbod.

En dan is er nog het railway hotel. Volgens mij trekt het niet al te veel hotelgasten meer, maar toch zit het terras bijna elke avond vol. Voor 3 dollar kun je er namelijk eten.

De barbecue doet het goed en je krijgt net zoveel worstjes als je wilt, met daarbij gebakken uien, drie verschillende salades, brood en saus. Voor dat geld kun je niet koken en dus zitten er elke avond vele backpackers worst te eten tot het hun neus uitkomt. Wie steak wil moet 8 dollar betalen, maar de echte winst moet volgens mij van de bar komen. Niet dat die duur is, een rondje voor je hele tafel kost ook nog geen tientje, maar de winstmarge ligt er waarschijnlijk een stukje beter. Dat er niemand wil zingen tijdens de karaoke is jammer, want dat betekent dat de presentator zelf meerdere nummers zingt, terwijl al snel blijkt dat hij voor praten niet echt talentrijk is, maar dat dat toch zeker zijn sterke kant is.

Ook mooi in Greymouth is het oude kerkhof van Karoro, een suburb of buitenwijk van het stadje. Ook dit lijkt eerst een gewoon kerkhof, vele rijen graven, goed onderhouden met vooral op de nieuwe sectie bijna geen graf zonder (kunststof) bloemen. Maar de oude sectie is echt interessant. Daar lees je de geschiedenis van hele families, die meer zeggen dan welk geschiedenisboek over de stad. De moeder die twee zonen tegelijk verloor, daarna haar man en dan ook nog haar derde zoon, allemaal binnen 5 jaar. De familie waar geen kind ouder werd dan 7 jaar, 5 kinderen, zonder dat er ooit eentje een school heeft afgemaakt.

Een gezin waar vader en zoon tijdens een mijnongeluk verongelukken, met een volgende zoon die ook voor zijn dertigste al overleed. Vooral de moeders van Greymouth moeten veel geleden hebben in dit mijnwerkersstadje. De namen op de graven zeggen genoeg over het land van immigranten. Naast de ‘standaard’ Engelse namen zijn er vele typische Schotse namen, meerdere Italianen en een enkele Nederlander te vinden. Lopend naar het kerkhof kom je langs het vliegveld. Een lange strook asfalt in een weiland, waar een keer per dag een toestelletje land. Een terminal heb ik er niet kunnen ontdekken, de beveiliging is ook miniem. De ketting aan de rand van het hek bij een loods aan de zijkant, hangt zo slap dat een driejarige niet eens hoeft te springen om de hindernis te nemen. En bordje aan de rand waarschuwt voor parkeren naast de grasstrook, die blijkbaar ook benut zou kunnen worden.

Al met al is een bezoek aan Greymouth verre van een straf. Er mag dan wel geen zand liggen op het strand, op de stenen kun je ook een goede wandeling maken. Er is nog nooit een beroemdheid uit het stadje gekomen, dus het verplichte standbeeld is opgedragen aan ‘diegene die een ander helpt’. De trein van en naar Christchurch, de grootste stad op het zuid eiland voert van Greymouth over de bergen en schijnt in de top 6 van mooiste treinreizen ter wereld te staan. Of het zo is, blijft natuurlijk de vraag. De vraag wie die top 6 eigenlijk heeft samengesteld blijft onbeantwoord. En welke andere 5 treinreizen daar dan ook in thuishoren blijft een raadsel. Maar dat is meteen een leuk discussiepunt voor de reizigers tijdens de barbecue.

Greymouth, sla het niet over!

(Greymouth, Nieuw Zeeland, januari 2001)

Advertenties