Tags

, , ,

“What an international crowd we’ve got!” schreeuwt er iemand. En hij heeft gelijk. Rond het vuur zitten nogal wat verschillende nationaliteiten. Maar wat eigenlijk nog meer opvalt, is de verscheidenheid aan persoonlijkheden. Een uur of twee geleden had iemand wat hout gestolen bij de bottleshop hier vlakbij, wat sprokkelhout op de stapel en het vuur gaat. We zitten op het strand achter het hostel, dat zijn leven ooit begon als een motel, waar de meesten van ons verblijven. De stichters liepen daarna langs de deuren om wat meer volk te paaien, iedereen die buiten de kamers zat, werd net niet letterlijk meegesleept, niet afgesloten deuren werden opengegooid en het bier wat ’s middags massaal werd ingeslagen, werd meegenomen naar het kampvuur.

Zo maar een avond in Coffs Harbour, geen reden, geen aanleiding. Gewoon een vuurtje op het strand, met eromheen een groep mensen, voorheen een groepje, maar sinds de kroeg dicht ging een groep. Op zijn Hollands gezegd, het is er gezellig.

Naast me zitten twee leden van de Canadese punkrockband ‘All systems go’, de ene met de rastakrulletjes was niet erg spraakzaam, ik gok dat hij de bassist is. Naast hem zit de prater van de twee, ik gok de zanger. Hij vertelde over de enige CD die ze gemaakt hadden en was niet beledigd dat ik nog nooit van ze had gehoord. Ze konden helaas niet rondkomen van de hun muziek alleen, maar een subsidie van de Canadese regering was goed voor een toer door Europa. Nadat ze thuiskomen werken ze allemaal een tijdje in tijdelijke banen, zodat ze de schulden kunnen afbetalen. Ondertussen waren ze toch maar mooi ‘on the road’. Ze vonden Utrecht een van de mooiste steden tijdens hun Europese toer, maar of dat echt zijn mening was, of dat hij me dat vertelde omdat hij wist dat ik een Nederlands paspoort heb, wordt me niet duidelijk.

Naast hem zit een jongedame die het gesprek binnenkomt als we het over Utrecht hebben. Haar vader kwam ook uit die stad, die zij uitsprak als ‘Joetrackt’. Haar accent was sterk Australisch, ze was hier dan ook geboren en getogen. Ze zijn hier met zijn vieren, zij en drie vriendinnen, allemaal uit het binnenland van New South Wales, de provincie van dit land, die alleen al net zo groot is als west Europa. Voor Australische begrippen woont ze hier dus niet zo ver vandaan, zo’n dag rijden. Alle 4 zijn ze 18, hebben net het rijbewijs, het eindexamen achter de rug en nu genieten ze nog eventjes van het leven, voordat ze straks thuis aan de slag moeten. In de winkel van moeder, op de pas ondergelopen landerijen van vader, ‘gewoon’ in de supermarkt om de hoek of kersen plukken. Een van de vier dames was wel heel erg tevreden om ver weg van huis weg te zijn, weg van de invloed van het dorp, maar volgens haar vriendinnen iets te veel genietend van de aandacht die de diverse mannen hier haar ruimschoots geven.

Een van die mannen was een van mijn nieuwe kamergenoten. Drie militairen uit Melbourne, net terug uit Oost Timor, waar ze naar ik aanneem deel uitmaakten van de internationale vredesoperatie van de Verenigde Naties. Ze hadden het er niet over, ze waren onderweg naar huis en wilden terwijl ze dat deden zo veel mogelijk lol maken. Dat betekende voor hen surfen, bier en vrouwen. Maar vooral veel bier, ook al werd een joint niet afgeslagen, het draaien kostte nogal veel moeite. Het viel ze dus vies tegen dat ik, een Dutchie nog wel, uit het land van de vrije drugs, hun niet kon helpen met het draaien. Ongelofelijk. Ze zijn gul met het bier, ook al geloof ik dat het grootste gedeelte van de twee kratten die ze kochten, door hun eigen kelen richting hun magen verdwijnt. Een van hen liep vanmiddag in wat glas en heeft een glip in zijn voet. Het noodverbandje dat een van zijn maten heeft aangelegd, is al helemaal doorweekt met bloed, maar een doktersbezoek betekent een vervelende onderbreking van zuivere drinktijd, dus dat werd tot de volgende dag uitgesteld. De arts zag toen voldoende voor zes hechtingen.

Aan de andere kant naast me zitten twee Zwitserse meiden die samen rondreizen. Ze waren elkaar tegengekomen op de cursus Engels die ze beiden in Cairns hadden gevolgd, nu hebben ze nog een paar weken voordat ze weer terug naar het werk moeten, terug naar het kille Zwitserland. Hun enige probleem is communiceren. De Duitstalige spreekt geen woord Frans en andersom spreekt de Franstalige geen woord Duits. Hun Engels is ook niet echt goed, vandaar waarschijnlijk ook de cursus, maar op deze manier moeten ze tenminste oefenen en dat kan nooit slecht zijn voor die taal. Al blijft het een raar idee dat twee landgenootjes een taal moeten spreken die geen officiële taal is in hun land, om elkaar te verstaan.

Twee jongens komen uit Tasmanië, een prachtig eiland volgens hun, maar na 20 jaar heb je het er wel gezien. Nu dus maar eens een zomer rondkijken in Coffs. In ruil voor onderdak moesten ze zo nu en dan wel eens wat helpen in het motel van de oom van een hen, maar tot nog toe stelde dat nog niet al te veel voor begreep ik. Ze waren duidelijk hier om te feesten.

Er zit nog ergens een Duitser aan de andere kant van het vuur, vertelt de zanger van de band me. Hij was in Duitsland bij een van hun concerten geweest en was ze nu weer in Australië tegengekomen, als een soort mascotte hadden ze hem de laatste paar dagen meegenomen, vertelde hij me. Zoveel fans hebben ze nog niet dus, concludeer ik ietwat cynisch, maar spreek dat niet uit, er is geen reden om me onpopulair te maken.

De rode draad van de avond is een jongeman met een raar soort mutsje op zijn ongeschoren hoofd. Rond negen uur liep hij al stomdronken rond buiten het hostel, een uur later lag hij brakend tussen de planten, waarna hij in slaap viel, of bewusteloos, dat is moeilijk te zeggen, zeker niet te zien. Tegen een uur of elf was hij ineens iedereen kwijt, hij kwam rondvragen waar zijn vrienden waren, maar niemand kon hem helpen. Aan zijn trillende linkerarm en zijn ogen is te zien, dat het niet alleen alcohol is, dat verantwoordelijk is voor de toestand waarin hij verkeert. Na middernacht heeft hij ineens ook het kampvuur gevonden. Hij nadert de groep, brabbelt wat en krijgt vrij snel de hele groep stil, maar hoe we ook proberen woorden te herkennen, niemand begrijpt wat hij zegt, maar hij draait zich weer om en verdwijnt weer in de duisternis.

Een Engelsman met meerdere piercings in zijn gezicht reist mee met een Israëliër en zijn Engelse vriendin. Alle drie verkopen ze schilderijen, huis-aan-huis, om hun reis te bekostigen. De Picasso-replica waar een ‘dame’ met haar zelf speelt, terwijl de bovenste helft van het gezicht haar gedachten verraadt (als je de onderste helft van het gezicht wegdenkt en het beeld iets draait, lijkt het beeld inderdaad op een penis), is het onderwerp van gesprek. De Engelse is ruimdenkend genoeg om mee te praten, maar had het schilderij nog niet goed genoeg bekeken. Ze had dus niet echt door wat ze verkocht. Maar het schilderij op die manier aanprijzen, wil ze ook niet, dat gaat haar net iets te ver. Haar Joodse vriend, bijgenaamd Moby, naar de kale zanger, bevestigt alle vooroordelen die men in de wereld over joden heeft, door haar te vertellen dat ze als vrouw, juist dat schilderij eenvoudig zou moeten kunnen kwijtraken.

Een tijdje later komen er een paar andere reizigers van een ander hostel bijzitten. Het wordt nu vrij druk en ik besluit om mijn bed maar eens op te zoeken. Rond half drie word ik wakker als de eerste twee soldaten terugkeren en hun sleutel blijken te zijn kwijtgeraakt. Ik moet dus mijn bed uit om de deur te openen. De derde is op het strand in slaap gevallen en keert rond een uur of 5 pas terug.

Zo maar een avond in het leven van een backpacker.

(Coffs Harbour, Australie, Oktober 2000)

Advertenties