Tags

, , ,

JOHAN 4

Het is 1 januari, een uur of 3 in de middag. De kantine loopt langzaam leeg, ik fiets naar huis. Een eindje voor mij loopt een wat oudere man, met een fiets aan zijn hand. Aan zijn lopen te zien is het inderdaad onmogelijk om nog op het zadel te zitten. Ik denk terug aan gistermiddag. Het rad van avontuur in de kantine, de uitslag van de verloting. Ook toen was hij vroeg aanwezig, en dronk zijn glaasje sherry.

De afgelopen twee dagen waren voor sommige mensen een eerste kennismaking met hem. “Wat is dat noe veur ’n keerl?”. Er wordt veel over hem gepraat. Hij irriteert velen, al is men ervan overtuigd dat hij ’t goed bedoeld. “Dat is ’t ‘m ook”.

Anderen kennen hem al van de wedstrijden van het eerste waar hij hoorbaar aanwezig is, of hebben hem in de kantine zien zitten. Op zaterdag als de kantinedienst nog voornamelijk snoep verkoopt zit hij er al. En drinkt een sherry. Op zondagmorgen als de lagere elftallen nog liever koffie dan bier drinken is hij ook aanwezig. En drinkt nog een sherry. En op zondagmiddag is hij weer aanwezig en drinkt weer een sherry.

Misschien is dat ook de reden dat sommigen zich afvragen hoe ze van hem af kunnen komen. Hij is altijd aanwezig. Nooit stil in een hoekje zittend, als hij er is, dan weet je dat hij er is. Hij geeft Sinterklaas 25 gulden voor het paaskamp, hij schenkt schaatsen voor het rad van avontuur, wat meteen de enige prijs is die niemand wil winnen.

Vandaag schonk hij een dambord voor de jeugd. Tevergeefs probeerde hij tussen de vele sprekers ook het woord te krijgen, even zong hij nog “GFC gaat nooit verloren”. Vlak voor hij wegging hoorde hij nog net over zijn transfer naar Twenthe. Terwijl hij zich bij GFC beter thuisvoelt dan bij Hector.

En daar wankelt hij nu, ik ben wat langzamer gaan fietsen. Bij het vijvertje achter de Buitenhagen (bij Wegink achter het huis) staat hij even stil. Hij begint wat te praten, ik vraag me af tegen wie. Zou hij het tegen zichzelf hebben? Ik nader en hoor dat hij het tegen de eendjes heeft. Langzaam fiets ik voorbij. Hij merkt het niet, want hij is druk in gesprek. Eindelijk krijgt hij dan het woord. En eindelijk wordt hij serieus genomen, de eendjes praten hem in ieder geval niet tegen.

Ik kijk nog een keer achterom, het beeld is triest en staat nog wel even op mijn netvlies. Een ietwat oudere man die slechts met de eendjes een gesprek kan voeren…

Advertenties