Tags

, , , ,

Na een uurtje flink doorgereden te hebben kom ik aan in het plaatsje Ouyen, op de kaart met net iets grotere letters geschreven dan de andere gehuchten langs de Mallee highway, die me van oost naar west brengt, door het noorden van Victoria. Het is tweede paasdag en ik was verbaasd dat ik voor 8 uur al kon tanken vanochtend. Ik had in mijn auto geslapen en was dus al vroeg wakker, het is herfst aan het worden hier en dus koelt het ’s nachts behoorlijk af en word ik meestal zo vlak voordat de zon opkomt al wakker vanwege de kou. Met mijn fleece over de slaapzak hou ik het dan nog een uurtje extra vol, maar rond een uur of zeven is het dan echt voorbij. Aangezien het ’s avonds al vroeg donker is en je als je in de auto slaapt ook vroeg de ogen dicht doet, eigenlijk ook een vrij logische tijd om op te staan.

Ik hoop dat er in Ouyen een supermarkt is waar ik een brood kan kopen, wat beleg en wat drinken, waarmee ik de dag dan kan doorkomen, ik hoop een grote afstand af te leggen vandaag. De outback is interessant om mee te maken, maar er langer te blijven dan noodzakelijk is niet een overweging. Kale vlaktes zonder einde zijn er om door heen te rijden, niet perse om te bewonderen, dat kan met een snelheid van honderd kilometer per uur ook wel.

Ruim 90 kilometer na het tankstation ligt Ouyen, een regionaal centrum voor de kleinere plaatsjes in de omgeving. Dat het geen wereldstad zou zijn, had ik wel verwacht. Dat het vrij klein is, is ook geen verrassing. Op het eerste gezicht is er eigenlijk niets bijzonders te zien als ik het dorp binnenkom. Een rotonde, een afslag naar het centrum en een tankstation aan de rand van dat centrum. De supermarkt, die ik als eerste tegenkom, is gesloten en heeft ook geen openingstijden aangeplakt. In een zijstraat is nog een winkel die hier als supermarkt geldt, ook al zou het in elke stad als buurtwinkel doorgaan. Ook deze is gesloten, hier lees ik dat om 9 uur de deuren opengaan. Nog zo’n 20 minuten dus. Niet echt een ramp om dat te wachten, na een uur stevig doorkarren, zonder ontbijt en geen dorp te zien op de kaart voor de volgende 250 kilometer.

Maar ergens heb ik door dat Ouyen niet zo maar een plaatsje is. Tussen de eerste en de tweede supermarkt zag ik twee dingen die me aan het denken zetten. Het eerste is het sportveld. Een veld voor Australisch voetbal, niks bijzonders in deze staat, maar het formaat gaf aan dat slechts de jongste jeugd hier deze sport speelt. Wat zegt dat over de bevolking? Dat de volwassenen te beroerd zijn om zelf nog te sporten, dat er niet genoeg spelers zijn om een volledig team te hebben? Waarom spelen de jochies in dit dorp geen gewoon voetbal, of rugby, als het dan toch iets ruiger moet? Is het normaal om kleine kinderen het veld op te sturen om een sport te laten spelen die bekend staat als de hardste teamsport ter wereld? Een sport met nauwelijks regels. Een sport waarin geen overtreding wordt erkend, waar spelers die echte zware vergrijpen begaan door een comité geschorst kunnen worden, maar pas nadat ze de wedstrijd hebben uitgespeeld, dit in tegenstelling tot hun slachtoffers. En zo’n sport leer je aan kleine kinderen?

Het tweede was iets verderop in de hoofdstraat. Een courthouse. Ook daarvan zou je normaal gesproken niets bijzonders denken. Totdat ik ging redeneren over de hoeveelheid inwoners en de noodzaak voor een rechtbank. Heeft een dorp, slechts omgeven door kleine gehuchten een eigen rechtbank nodig, tenzij het percentage criminaliteit hier substantieel hoger ligt dan in vergelijkbare dorpen? In een stad als Melbourne, zo’n 300 nogwat kilometer zuidelijker, zouden ze bij een vergelijkbaar percentage honderden rechtbanken nodig hebben.

Al met al kom ik tot de conclusie dat dit een behoorlijk ruig dorp is. Het kunnen wel vooroordelen zijn, gebaseerd op een paar gezochte argumenten, maar ik zie nu vele tekenen die mijn hypothesis ondersteunen. De auto’s die hier rondrijden zijn of behoorlijk oud, of pick-ups. Ik zie niet veel mensen op straat, maar ik moet de eerste nog zien die lacht, zelfs een glimlach is niet te bekennen. Ik geef toe, na een zwaar paasweekend is maandagochtend kwart voor negen ook niet echt een tijd om vrolijk van te worden, maar er moet toch iemand zijn die hier zonder kater rondloopt, iemand die wel ziet dat het een mooie zonnige tweede paasdag aan het worden is.

De man naast de supermarkt komt uit zijn huis op sloffen, met een joggingbroek aan, een fout overhemd en donkere brillenglazen. Hij kijkt afkeurend naar mijn auto, terwijl hij iets in zijn prullenbak werpt, voordat hij zich omdraait en weer naar binnen begeeft. Er komt een auto voorbij met achter het stuur een kerel met net iets te lange haren. Zo’n kapsel dat geen matje genoemd mag worden, maar ook niet de categorie ‘nodig tijd voor de kapper’. Te veel vettigheid houdt het op de plaats waar hij het vanochtend gelegd heeft, het begint al behoorlijk naar grijs te neigen. Naast hem zit zijn vrouw, waarvan je weet dat ze op haar bovenarmen net zo veel tatoeages heeft als haar echtgenoot, ook al is dat onmogelijk om te controleren.

Ik herinner me dat ik nog een pak koekjes achter in de auto heb liggen en dat mijn drinken niet meer zo heel koud is, is eigenlijk ook maar een detail. Ik rij weg bij de supermarkt, kom nog een keer door een gedeelte van de hoofdstraat, langs de drie (!) kroegen, de behoorlijk grote videotheek (wij mochten vroeger thuis nooit een video huren van mijn moeder, vanwege het type mensen dat in een videotheek kwam, daar wilden wij niet mee geassocieerd worden), de bakker en het tankstation. Het valt me nu pas op dat ik bij het binnenrijden van het dorp niet welkom werd geheten door de Lions en de Rotary, die in dit land vrij prominent aanwezig zijn. In de meeste plaatsen staan borden van deze clubs bij het binnenrijden. Niet in Ouyen dus.

Ik vraag me af hoe het eigenlijk wordt uitgesproken. Ik gok op oe-jen, maar zeker weten doe ik het natuurlijk niet. Ik heb ook niet echt de behoefte om het na te vragen. Ik ben net welkom geheten in redneck country, welkom in Australië Al gauw snel ik weer met 100 kilometer per uur westwaarts richting Adelaide.

(Ouyen, Australie, April 2001)

Advertenties