Tags

, ,

De Vlaamse schrijver en performer Tom Lanoye vertelde het ooit vrij duidelijk. Hij schreef een verhaal over cultuurverschillen tussen Nederlanders en Vlamingen aan de hand van een voorbeeld over het nachtleven in Antwerpen. De Belgen zijn gewend de kastelein te beledigen als die aankondigt de zaak te sluiten. In Nederland betekent de laatste ronde precies dat. In het verhaal worden de Nederlanders voor alles en nog wat uitgemaakt. “Die koningin van jullie, aardig mens zeg. Die fokt er niet naast. En edele gelaatstrekken! Waar bij een sterveling de wangen zitten heeft zij twee kogelbiefstukken hangen.” En als eenmaal de trend gezet is: “En dan die Zoetemelk. Goede coureur. Altijd het initiatief.” In de bandopname die ik van dat verhaal heb (uit het boek “Vroeger was ik beter”) wordt het woord “altijd” extreem langgerekt uitgesproken. De algemene mening van de Belgen over Joop was al jaren bekend. Zijn hele carrière kwam Joop niet af van het imago van wieltjesplakker. Alsof het zo’n schande is dat je niet uit het wiel van Merkcx kunt komen. Zat er nog iemand anders in het wiel?

Kijk je naar zijn erelijst, dan moet je tot de conclusie komen dat Zoetemelk wel een hele grote moet zijn geweest. Diverse klassiekers, tig ereplaatsen in de grote rondes en dan die twee overwinningen die hem legendarisch maken: De Tour de France en het Wereldkampioenschap. Toch blijft er twijfel. Joop had niet de uitstraling van een kampioen, reed niet als een kampioen en won niet als een kampioen. Cynici wezen op het uitvallen van Hinault en de geniepige wijze van demarreren in de finale van het WK, waarna ploegmaten uit binnen- en buitenland de benen stil hielden. Is Joop dan toch niet zo’n grote held?

In mijn jeugd moest ik hem wel als held zien. Ik was tien toen hij de Tour de France won. Voor de eerste Nederlandse tourwinst kwam ik een jaar te laat op deze aarde. Pas in het tijdperk Hinault leerde ik het genot kennen van drie weken van je zomer opofferen aan een sport. Het genot van luisteren naar Radio Tour de France en het kijken naar het laatste uur op de televisie. Chauvinisme is iets dat ik later in mijn leven heb afgeschaft, maar toen wist ik nog niet beter. De pers, wetende dat het goed is voor kijk-, luister- en verkoopcijfers, wakkeren dat gevoel graag aan. Dus was Joop een held. Niet mijn streekgenoot Hennie Kuiper, maar de bijna Fransman Joop Zoetemelk won de Tour de France en ik zat voor de buis. Nu, bijna een kwart eeuw later zijn andere beelden van Joop uit die tijd beter blijven hangen. Superstars was een programma op de televisie waarin kampioenen uit diverse takken van sport het tegen elkaar opnamen. De voetballers deden het meestal redelijk, de turners en boksers waren fit en hadden coördinatie om vele sporten onder de knie te krijgen. Hockeyer Ties Kruize bewees dat hij een grote had kunnen worden in diverse sporten. Als laatste eindigde steevast de wielrenner. De melkwitte bovenarmen zagen er absurd uit als hij in een hemd aan het hardlopen was. De minstens zo witte bovenbenen staken als bezemstelen onder het korte broekje uit. Het magere lichaam dreef diversen naar de telefoon omdat ze dachten dat er weer een inzamelactie voor Afrika gaande was. Wielrennen is een eenzijdige sport, werd nog maar eens bewezen.

Joop vond het blijkbaar niet erg dat hij voor gek werd gezet. Hij lachte het tandvlees nog eens bloot en haalde weer een laatste plaats. De ware verschrikking voor hem leken de interviews die kampioenen altijd moeten geven. Decennialang is hij niet betrapt op een interessante uitspraak. Als hij weer eens werd gepakt op doping, dan wist hij uiteraard van niets. Ik geloofde hem. De dokters en soigneurs van de ploegen vertelden hem gewoon niets, maar zorgden ervoor dat hij goed geprepareerd aan de start kwam. Na zijn carrière bleek al snel dat Joop aan het stuurwiel van een ploegleiderwagen weinig te melden had. De beste Nederlandse wielrenner aller tijden was geen ploegleidermateriaal. Een PR-baantje was natuurlijk helemaal uitgesloten. Zo nu en dan zien we Joop nog wel eens. Aan het stuur van een gastenauto of op een of andere bijeenkomst waar de hele wielrennerij aanwezig hoort te zijn. Men wil graag horen over zijn glorietijd, maar Joop is niet zo`n prater. Voor de rest renteniert hij heerlijk in Frankrijk, waar hij nog steeds een held is. Iedereen die de grootste wielerwedstrijd weet te winnen, is in dat land verzekerd van eeuwige verering. Zeker iemand die getrouwd is met een Française, dan hoor je er echt bij in Frankrijk.

Kort geleden zagen we hem in het schitterende programma van Wilfried de Jong. De Rotterdammer ging op bezoek bij Zoetemelk in zijn appartement in de Alpen, waar Joop vertoeft als hij gaat jagen. Trots laat Joop het hoofd zien van een gems die hij zelf heeft geschoten. Hij wil het niet over wielrennen hebben, alsof hij niet doorheeft dat niemand in hem geïnteresseerd zou zijn als hij zijn hele leven jager was geweest. De Jong gaat mee de bergen in, samen met Joop en diens jachtmaat. De vriend verteld hoe goed Joop als wielrenner was, terwijl Joop van te grote afstand probeert een gems te raken. De groep jagers is echter tevreden. In het gebied zijn voldoende gemzen aangetroffen om weer een seizoen te mogen jagen. Aan het eind van het programma probeert Joop de kale presentator ervan te overtuigen dat jagen ook een sport is. Het enige juiste antwoord, dat op een fiets over de Alpentoppen klimmen pas echt een sport is, hoort Joop niet.

Joop Zoetemelk, door Jean Nelissen terecht op 1 gezet in de top 100 van beste Nederlandse wielrenners aller tijden, heeft niet de persoonlijkheid van een wielerheld, maar wel de erelijst van een groot wielerkampioen.

Advertenties