Tags

, , , , ,

Na ruim tienduizend kilometer op de wegen van Australie, heb ik zo langzamerhand genoeg tijd gehad om mijn medeweggebruikers eens te observeren. Ook al woont de overgrote meerderheid van de bevolking in een van de vijf grote steden, het grootste gedeelte van het land is leeg, met een paar wegen er dwars doorheen. De outback heet dat hier. En daar heersen eigen regels, er is een duidelijke pikorde van weggebruikers op de weg.

1. Road trains. Het schijnt dat dit land te groot is voor echte treinen, met uitzondering van een paar behoorlijk overprijsde, lange afstandstreinen voor de toeristen. Alles wat getransporteerd moet worden, moet dus over de weg. Een road train is een grote vrachtwagen, met minstens een, meestal twee, soms zelfs drie aanhangers. Op die manier kan een chauffeur alles in een keer door de woestijn transporteren. Een road train kan meer dan 50 meter lang zijn, de chauffeur heeft dus een gigantische massa te controleren, een kleine auto merkt hij niet eens op, al zou hij er tegen aan botsen. Alle weggebruikers respecteren het recht van de sterkste.
Herkenbaar op de weg: Dat gigantische gebouw dat op je afkomt aan de andere kant van de weg, waarvoor je zonder uitzondering snelheid vermindert en richting de tegenoverliggende berm gaat. Aan jouw kant van de weg zijn het diegenen waarbij je tijdens het inhalen een heel cassettebandje afspeelt. Het enige wat eigenlijk ontbreekt, is de bumpersticker die hier blijkbaar nog niet zo is ingeburgerd. ‘Dames, de mijne is errug lang’ lijkt me toch zeker wel van toepassing.
Van de weg: bij benzinepompen en roadhouses (een soort van combinatie van benzinepomp, buurtwinkel, kroeg, garage, motel en camping) zijn het degenen met armen zo dik als bij normale mensen de benen, meestal met een paar plakplaatjes als decoratie er op, gestoken in een mouwloos shirtje met een korte broek eronder. Niet de meest praatgrage personen.

2. Truckies. Behalve de road trains zijn er natuurlijk ook ‘gewone’ vrachtwagenchauffeurs. Zij werken lange dagen voor erg weinig geld, klagen daar dan ook continu over. De concurrentie is moordend, dus echt iets veranderen kunnen ze niet. De dreigementen van een staking klinken regelmatig, maar worden nooit uitgevoerd, een paar Franse collega’s of boeren zouden ze in een middag kunnen uitleggen hoe je een land platlegt. Ondertussen rijden ze gewoon door en zijn ze een gevaar op de weg, het percentage dat in slaap valt achter het stuur, is het hoogst in deze categorie.
Op de weg: vrachtwagens, zoals ze overal op de wereld herkenbaar zijn.
Van de weg: een schijnbaar vergelijkbaar uiterlijk met de bovenstaande categorie, alleen is de truckie wat praatgrager. Hij doet voorkomen alsof zijn beroep een van de zwaarste beroepen is die bestaat, al gaat het hem natuurlijk vrij eenvoudig af…

3. Beroepschauffeurs. Voornamelijk buschauffeurs en degenen die tours doen met een minibusje. Zij die grote afstanden afleggen, zij kennen de wegen als hun broekzak, jarenlange ervaring heeft daar voor gezorgd.
Op de weg: altijd inhalend, altijd haast. Auto’s die zo’n 2 kilometer onder de snelheidslimiet rijden zijn een bedreiging voor hun schema.
Van de weg: altijd onberispelijk in uniform, waar en wanneer je ze ook tegenkomt, hopende dat ze overkomen als de professionals, een imago dat ze graag willen hebben.
Typische uitspraken beginnen met: ‘Toen ik net begon te rijden…’ en ‘Maar als je daar komt, dan…’. Op de een of andere manier denken ze de baas op de weg te zijn.

4. Rijke stinkerds. Dit zijn degenen die het zich kunnen veroorloven om grote afstanden af te leggen. Met het laatste model, four wheel drive natuurlijk, rijden ze van hotel naar hotel. Zo nu en dan kom je ze tegen met een aanhanger met daarop een boot, ook al is het dichtstbijzijnde water niet eens op dezelfde wegenkaart te vinden. De boot is er dan ook alleen maar om te laten zien hoe rijk men werkelijk is, het ding is vastgeroest aan de aanhanger.
Op de weg: vrij eenvoudig op te merken, aangezien deze groep heeft ontdekt dat wanneer je een bedrag op tafel gooit, dat je dan je eigen nummerplaat mag uitzoeken. Dus rijden ze rond met Dick4, Tom 3, Emma, kim6, Ana of JB007, om maar eens een paar voorbeelden te noemen. Meer dan eens wordt de auto vernoemd naar de vrouw of vriendin, een leuke geste op het eerste gezicht. Daarbij moet wel gerealiseerd worden dat wanneer er een nieuwer model op de markt verschijnt, de auto wordt ingeruild, in sommige gevallen moet ook de vrouw wijken voor het nieuwste model.
Van de weg: zij zijn degenen die nooit en te nimmer groeten (wanneer je een hele dag door de outback rijdt, is een auto vanuit de andere richting een hele belevenis, even zwaaien is dan ineens niet meer gek). Ze erkennen niet eens dat er andere weggebruikers zijn, wat ze laten merken door tijdens de noodzakelijke stops de zonnebril op te houden, zowel binnen als buiten, zon of regen, dag en nacht. De eerste die een lifter meeneemt moet nog gevonden worden.

4. Locals. Dit is de groep die niet in een van de steden leeft, een uitzondering dus in dit land. Zij voelen zich anders dan de rest en dat is ook terecht.
Op de weg: die auto die je nog net even inhaalt terwijl je boven op de rem stond voor een scherpe bocht met een groot bord ‘gevaarlijk’ ernaast. De local weet dat de kans dat er vanuit de andere richting iemand komt miniem is en houdt daar dus rekening mee. Indien noodzakelijk zouden ze met een blinddoek om kunnen rijden, soms wanneer ze uit de pub (of een roadhouse, wat ook maar het dichtst bij is) komen is er eigenlijk geen verschil met het rijden zonder zicht. Het voertuig waarin ze zich voortbewegen heeft al meerdere botsingen overleefd en ziet er continu uit alsof een grote wasbeurt geen overbodige luxe zou zijn, ware het niet dat het chronische tekort aan water, gepaard met een overdosis aan zand en stof, die wasbeurt eigenlijk nutteloos maakt.
Van de weg: als je binnenkomt in een roadhouse, iemand maakt een opmerking en zelfs na twee keer herhalen heb je geen idee wat hij nu eigenlijk zei, ook al lacht iedereen en lach je uit beleefdheid maar mee, dan weet je dat je met een local te maken hebt. Het kaartje achter de bar waarop zijn consumpties worden bijgehouden heeft ondertussen het formaat van een tafelkleed en het bedrag dat hij in het krijt staat, komt overeen met meerdere maandsalarissen, maar de eigenaar maakt zich geen zorgen, de vaste klant kan nergens anders naar toe en betaalt uiteindelijk altijd. Hij rijdt naar huis zo’n 5 minuten nadat hij stomdronken van zijn barkruk is gevallen, maar de barman verzekert je dat het geen enkel probleem is, ‘hij woont hier om de hoek’, daarbij niet verklarend dat om de hoek nog een kleine 50 kilometer weg is.

4a. Een subcategorie van deze groep zijn de zogenaamde rednecks. Dit zijn degenen die een roo-bar op hun auto hebben zitten (een ijzeren balk voorop het voertuig dat voorkomt dat ingeval een botsing met een kangaroe, het beest zich in de radiator nestelt of de voorruit verbrijzelt, maar ‘gewoon’ over de auto wegvliegt) en daarom vinden dat je er ook gebruik van moet maken, ook al moet je de kangaroe soms een paar minuten achtervolgen. Een enkeling vindt zelfs dat de roo-bar ook zou kunnen werken op aboriginals, al zijn de oorspronkelijke bewoners van dit eiland, helaas voor hem, niet zo stom om ’s avonds over de weg te lopen en verblind te blijven staan zodra twee lichten om zich af zien komen. Niet de leukste gesprekspartners.

5. Australische reizigers. Zij zijn niet rijk, hebben dan ook meestal de wat oudere types four wheel drives, meestal met een caravan er achter, een hotel is voor hen niet weggelegd. In deze categorie vallen ook degenen met campervans. Een erg groot percentage in deze categorie is gepensioneerd.
Op de weg: die auto’s die ver onder de snelheidslimiet rijden, je moet tenslotte genieten van het uitzicht, ook al is dat de laatste 6 uur, en eigenlijk de laatste 5 dagen, niet wezenlijk verandert.
Van de weg: eenvoudig te herkennen op parkeerplaatsen en bij roadhouses. Zij pakt de zelfgemaakte sandwiches uit een koelbox, terwijl hij in of om de auto nog even wat moet controleren. Ze beginnen graag een gesprek met een buitenlander, niet zozeer uit nieuwsgierigheid, maar om hun eigen verhaal kwijt te kunnen. Het gesprek wordt al snel overgenomen en gaat verder met de zin ‘mijn kleinzoon doet..’ of ‘mijn kinderen…’. Het grijze haar is eigenlijk een goede waarschuwing voor degenen die dit willen vermijden.

6. Motorrijders. Op de een of andere manier kom je er slechts zo nu en dan eentje tegen. Raar als je bedenkt dat in Australië bijna elke dag de zon schijnt, er eindeloze wegen liggen, waarop ook nog eens erg weinig verkeer te vinden is. Ideale omstandigheden voor het rijden van een motor lijkt mij dus. Waarom er dan ook zo weinig zijn, blijft een onbeantwoorde vraag.
Op de weg: die streep, midden op de weg die snel op je afkomt, en voor een korte periode verandert in een stuk leer met vier armen en een helm. Het extra paar armen schijnt toe te horen aan de vrouw die achterop de motor zit, al kan ik dat niet bevestigen, aangezien ze nooit echt zichtbaar is.
Van de weg: standaard motorrijder, zoals die in elke tweederangs Amerikaanse film voorkomt. Leer, tatoeages, gezichtsbeharing te over en een blik in de ogen die nooit echt uitnodigt voor een goed gesprek, al schijnt er vaak een erg klein hartje te zitten onder dat ruige uiterlijk. Maar dan moet je toch eerst met ze in gesprek zien te komen, wat niet velen zullen uitproberen.

7. Toeristen. Australiërs hebben het graag over ‘people from overseas’, aangezien elke bezoeker wel eerst over wat water moet vliegen om er te komen. Velen komen uit andere Engelssprekende landen, al vallen ook vele jonge Europeanen in deze categorie. Zij zijn slechts voor een korte periode in Oz (de standaard afkorting voor de naam van dit land), meestal minder dan drie maanden. Zij kunnen het zich veroorloven om geld uit te geven.
Op de weg: huurauto’s en huurcampers, erg voorzichtig voortgedreven door hun bestuurders, ze rijden aan de verkeerde kant van de weg hier.. Het verhuurbedrijf Britz schijnt erg populair te zijn in deze categorie, gezien het aantal campers dat dit bedrijf op de weg weet te sturen.
Van de weg: erg witte (‘we hebben dit jaar nog erg weinig zon gehad thuis’) mensen, met alle mogelijke uitrusting. Alle eventualiteiten zijn voorzien, ook al zijn ze niet al te lang hier. Ze hebben het handige-zinnen-boekje mee (voor de niet Engelssprekenden), al doet hun uitspraak van de vaak geoefende zinnetjes nog wel eens een aantal wenkbrauwen richting de hemel bewegen. Zij verbazen zich over de reizigers die hier een heel jaar doorbrengen. Zo lang van huis? Dat lukt ons nooit.

8. Backpackers. De voornoemde categorie die hier een behoorlijke tijd doorbrengen. Zij zijn degenen die altijd geldgebrek hebben, altijd overal het goedkoopste uit moeten zoeken. De auto’s waarin ze zich voortbewegen zijn niet de nieuwste meer, de meeste zijn nog net door de laatste APK gekomen, ook al schijnt er zonder uitzondering wel iets aan de hand te zijn.
Op de weg: minstens 15 jaar oude stationwagons en minibusjes (met gordijntjes natuurlijk). Eenvoudig herkenbaar omdat ze altijd tot aan de nok toe zijn volgepakt met bagage, rugzakken, gitaren, kampeeruitrusting, de onvermijdelijke surfplank (bodyboard voor degenen met minder lef), didgeredoos en andere souvenirs. Afhankelijk van het aantal inzittenden is soms het dak ook nog eens volgepakt, hoe dan ook is de achteruitkijkspiegel overbodige luxe, aangezien het zicht daarvoor altijd belemmert is. Om op te vallen hebben velen de verfkwast ter hand genomen en de auto van een leuk kleurtje (roze, fel oranje, gifgroen) of wat leuzen (peace, love of de naam van de auto, al blijft het natuurlijk de vraag waarom een auto een naam moet hebben) voorzien, alsof hun uiterlijk alleen al niet voldoende is om bij de lokale bevolking besproken te worden onder de naam f***-ing hippies.
Van de weg: kerels zonder shirt, meestal met een tattoo op de bovenarm en indien Brits, dan zonder uitzondering rood vanwege te veel zon. De jongedames hebben meestal een topje aan dat wat aan de kleine kant lijkt, maar dat is noodzakelijk omdat anders de piercing in de navel en de tatoeage net boven de billen niet zichtbaar is. Lange haren hebben ze allebei, dreadlocks komt bij een significant percentage voor. Zij zijn altijd hoorbaar op campings en parkeerplaatsen, omdat ze op de gitaar aan het oefenen zijn, de twee lessen die ze vorige week van een medereiziger kregen eindeloos herhalend, daarbij ook nog eens zingend, niet gehinderd door het feit dat ze daarvoor niet in de verste verte enig talent voor bezitten, tot grote ergernis van omstanders natuurlijk. Belangrijkste leveranciers: Groot-Brittannië, Nederland, Ierland en Duitsland.

9. Aboriginals. De oorspronkelijke bewoners van dit eiland hebben zich na twee eeuwen nog niet aangepast aan de maatschappij die op hun eiland de macht heeft overgenomen. En terecht zegt ieder weldenkend mens.
“Jullie hoeven niet met ze te leven”, zegt de lokale bevolking dan tegen de buitenlandse bezoeker. Op de een of andere manier schijnen ze niet de beste manier te hebben gevonden om hun uitkering te besteden, geldproblemen zijn vaak aan de orde van de dag. De auto’s waarin sommigen rond rijden zijn bakbeesten waar geen backpacker zich meer aan zou wagen en dat wil wat zeggen. Waarschijnlijk zijn de apparaten al zo’n twintig keer het eiland rond geweest voordat de laatste eigenaar dacht dat de sloop de beste opbrengst oplevert. Een handige verkoper wist het ding dan echter toch nog aan wat aboriginals te slijten.
Op de weg: meestal er vlak naast, met een groep ernaast waarvan je vermoedt dat ze nooit in die ene auto passen, hopend dat er iemand stopt en ze een paar liter benzine schenkt. Normaal gesproken mist de auto een of meerdere onderdelen die bij een auto als noodzakelijk worden gezien, een van de ramen bijvoorbeeld.
Van de weg: jarenlange ervaring heeft de aboriginal geleerd dat een ‘whitefellaw’ niet te vertrouwen is. Het contact met hen is dan ook vrij miniem.

10. Fietsers. Vrij zeldzaam in Oz. Behalve de verdwaalde nog steeds erg fitte gepensioneerde Australiër die een rondje fietst in zijn omgeving, zijn het de Nederlanders en vooral Duitsers die hun fiets op het vliegtuig zetten en zich op twee wielen voortbewegen, gedreven door spierkracht. Normaal gesproken zijn dit eenlingen, aangezien naast elkaar fietsen geheel uitgesloten is. Ik zag echter een koppel, waarbij de vader zelfs een kleine achter op zijn rug meedroeg, die de uitzondering vormde die de regel bevestigde. De meeste automobilisten beschouwen hen als idioten en zelfmoordenaars, levensmoe. De hele dag door afgesneden worden is dan ook eerder regel dan uitzondering.
Op de weg: fiets met vele tassen aan alle kanten om toch nog alles mee te krijgen, helm op het hoofd, zelfs bij 46 graden in de schaduw (die er op de weg overigens meestal niet is) en reflecterende strippen op de felgekleurde kleding, je moet gezien worden tenslotte. Verbrande neus, geen enkele hoeveelheid zonnecrème, hoe hoog de factor ook moge zijn, is genoeg om dat te voorkomen.
Van de weg: Er zijn twee mogelijkheden. De eenzame fietser is alle gevoel voor sociale contacten verloren of is zo blij iemand te zien aan het eind van de dag (weer een dag overleeft!) dat hij zonder einde doorratelt. Welke van de twee dan ook, uit eigen belang is het het eenvoudigst beide types te mijden.

11. Kangaroe’s. Duizenden jaren lang sprongen de beestjes zonder enige problemen rond over het eiland, sinds de auto geïntroduceerd werd, zijn zij regelmatig het slachtoffer in een ongelijke strijd. De kans op overleven met een voertuig dat 100km/uur rijdt, is verre van redelijk. De zogeheten ‘urban legend’ van de kangaroe die aangereden wordt door toeristen, dan ten behoeve van een foto in colbert/voetbalshirt/jurk wordt gepropt om prompt wakker te worden van de flits en weg te rennen, is inderdaad een modern sprookje, hoe vaak die ook verteld wordt.
Op de weg: een enkele keer ’s ochtends vroeg kun je een moeder met haar Joey (baby kangaroe) de weg zien oversteken. ’s Avonds zijn de grote lichten van de road trains meestal verblindend, waarna ze midden op de weg stil blijven staan. De volgende dag zijn ze zichtbaar met hun benen in de lucht (1e fase), naast de weg met vele vogels of een enkele dingo, die de kangaroe als eenvoudige voedselbron zien (fase 2), of in de berm als een hoopje botten of op de weg als een vachtgekleurde vlek (fase 3).
Van de weg: communicatie met kangaroe’s is niet eenvoudig, maar het gerucht gaat dat ze geen voorstander zijn van road trains, bussen en vrachtwagens die ’s nachts doorrijden. Wat ze er aan zouden kunnen doen is nog onbekend.

(Perth, Australië, juni 2001)

Advertenties