Tags

, , , , , ,

Gaol

Het was een niet geplande stop. Maar ik had vergeten mijn watervoorraad aan te vullen, wanneer je over een autoweg rijdt die aan de rand van de woestijn ligt, niet echt aan te raden. Zeker als er borden staan die je waarschuwen voor de waterschaarste. Daarbij was een toilet geen luxe en had ik al meer dan een uur gereden, voor mij hoog tijd om een stop in te lassen.

De tourist information van Roebourne is gevestigd in de voormalige gaol en in dit gebouw was tevens een tentoonstelling over de gevangenis tijdens de ‘hoogtijdagen’. Een klein dorpje en nauwelijks informatie in de Lonely Planet, de verwachting is dus dat het niet echt de moeite waard is, maar als ik er toch ben…

En dus loop ik door de kamertjes van het gebouw nadat ik mijn blaas geleegd heb. En het raakt me. Niet een klein beetje, als in ‘goh, beter dan gedacht’, maar echt raken. De foto’s van de aboriginals in kettingen maken indruk. De geschiedenis die af te leiden valt van korte onderschriften bij de foto’s, een enkele oude krant en de vitrines met attributen is een geschiedenis die niet bekend is. Tenminste ik wist er weinig van.

Natuurlijk weet iedereen dat de aboriginals in Australië extreem slecht behandeld zijn en nog steeds niet echt een gelijkwaardige positie hebben, ik las in de aboriginal embassy in Canberra verschillende schrikwekkende feiten, maar deze foto’s laten echt zien hoe het was. Aboriginals met kettingen om nek en voeten, aan elkaar gebonden met nog een ketting, zodat het onmogelijk werd te ontsnappen.

Een krantenartikel over de census, volkstelling, begin twintigste eeuw. In 1900-nogwat woonden er in Roebourne een hoop blanken, twee dozijn Aziaten, twee afrikanen en duizenden schapen. De hoeveelheid aboriginals is onbekend. Er werd gewoonweg niet geteld hoeveel er waren, ze werden niet als mensen gezien. De laagste schakel in de evolutie, het dichtst bij de apen, was de tendens. De enige keer dat ze geteld werden, was bij de verkoop van een boerderij. Hoeveel land? Hoeveel schapen? En tenslotte: hoeveel abo’s? Oftewel hoeveel slaven heb je, de prijs werd dan vastgesteld als deze feiten bekend waren.

De abo’s die het lef hadden om zich niet te laten vangen en te laten gebruiken als slaven, eindigden in de gevangenis en werden terechtgesteld zonder proces, ter werk gesteld onder extreme omstandigheden, verbannen naar andere delen van het land.

Allemaal extreem foute dingen natuurlijk, die herinneringen oproepen aan de slavernij in de middeleeuwen en de apartheid in Zuid Afrika. Maar een ding raakt me echt. De gezichten op de foto’s. Niet zozeer hoe ze eruitzien, tenslotte zijn aboriginals niet echt het meest aantrekkelijke ras (wat dat betreft zijn de blanke westerlingen een goede aanvulling op de bevolking, de Aboriginals zien dat het nog erger kan). We kunnen er gerust van uit gaan dat Miss Universe nooit aboriginal ouders zal hebben en dat zelfs Miss Australië waarschijnlijk te hoog gegrepen zal zijn. Waarvan ik onder de indruk ben is de blik op de gezichten.

Een groepsfoto bestaat uit een enkele blanke politieofficier in vol uniform, inclusief zijn wapens, met een trots gezicht dat vooral zijn belangrijkheid moet uitstralen, zo hoopt hij over te komen, met een groepje aboriginals, een stuk of 8 die allemaal recht naar de camera staren. En ook al is te zien dat ze slecht behandeld zijn, ook al is ondervoeding aan sommigen af te zien, bij meerderen straalt een soort trots van het gezicht. Een trotsheid ongeacht het feit dat ze lager zijn dan het laagste in de ogen van hun bazen en bewakers. De trotsheid waar U2 ooit over zong in hun ode aan Martin Luther King. Pride. Het komt automatisch in me op en in mezelf zing ik de woorden mee. “They took away your life; they could not take your pride.”

Ook al waren ze gevangen en moesten ze de harde arbeid verrichten voor een volk dat hun land overnam, een volk dat hierheen verbannen werd, zelf de criminelen waren, dat hier in 150 jaar kapot maakte, wat zij tienduizenden jaren geconserveerd hadden, boven alles was het slechts het lichaam dat gevangen was. De geest was vrij. De geschiedenis gaat verder, ‘dreamtime’ blijft altijd bestaan, de ‘songlines’ worden nog steeds van vader op zoon door gegeven. De trots is onaangetast.

90 jaar later is de situatie nauwelijks beter. De aboriginals hebben nu rechten en hele gebieden zijn ‘eigen’. Maar niet de gebieden aan de kust waar de meerderheid vroeger woonde. Slechts lege stukken woestijn zijn teruggegeven. De invloed op hun levensstijl die de immigranten hadden tijdens de laatste 100 tot 200 jaar is verwoestend. Vele talen en dialecten zijn verdwenen, de levensverwachting van aboriginals is nog altijd bijna 20 jaar minder dan de gemiddelde Australiër. Maar het ergste is dat de eigen cultuur langzaam verloren gaat, terwijl de rest van het land ‘ze’ nog steeds als een blok aan hun been zien.

In de wereld zien regeringen en politici in dat er in de geschiedenis fouten gemaakt zijn. Publieke verontschuldigingen worden aangeboden aan allerlei groepen. In Australië woedt een debat dat de regering een publiek ‘sorry’ moet aanbieden. De regering weigert dat. Het belangrijkste argument van premier Howard is dat hij niet persoonlijk verantwoordelijk is, hij was niet eens geboren toen de ergste misdaden gepleegd werden. Vele Nederlanders zullen dat argument herinneren, waarschijnlijk in een andere taal: ‘Wir haben es nicht gewusst’. Zo lang de leider van een land niet de verantwoordelijkheid durft te nemen in naam van zijn volk, is er nog een heel lange weg te gaan. Het woord ‘sorry’ zou misschien een goed begin kunnen zijn. In het gastenboek dat ik teken voordat ik terugkeer naar mijn auto, maak ik een toespeling, die ik als buitenlander misschien niet zou moeten maken. Ik ben tenslotte een buitenstaander, maar mijn verontwaardiging is gegroeid door deze tentoonstelling en ik kan mijn sarcasme niet langer onderdrukken. “Hoe was dat woord ook al weer meneer Howard?” staat voor eeuwig te lezen achter mijn naam in het gastenboek van de gaol in Roebourne.

De stop duurde iets langer dan gepland. Het toiletbezoek en het opvullen van de waterjerrycan waren hard nodig. De tentoonstelling blijft echter nog lang in mijn hoofd rondspoken. Die ene foto van dat groepje geketende aboriginals staat nog steeds op mijn netvlies. “..they could not take your pride”.

(Roebourne, Australie, mei 2001)