Tags

, ,

Het is een van de populaire sporten in Australië. In Nieuw Zeeland zelfs de meest populaire, maar daar was het seizoen nog niet begonnen toen ik er was, dus moet het er in Sydney maar van komen. Na heel wat jaren werken met en voor Britten was de sport al in mij gegroeid, maar ik had nog nooit een wedstrijd bezocht. Het probleem is dat de sport twee varianten heeft. Oorspronkelijk ontstaan in Engeland werd er begin 1900 een tweede stroming opgericht en sindsdien zijn er twee sporten: rugby union en rugby league. In Engeland het verschil tussen de werkende klasse en de upper class, hier in Australië meer een verschil tussen de verschillende staten. Veel verschil is er geloof ik niet, alleen de puntentelling is iets anders en de competities strikt gescheiden, maar uiteindelijk hebben we het nog wel steeds over dezelfde sport.

Ik moest dus een keus maken welke van de twee te bezoeken en die keus was niet al te eenvoudig. Ik had namelijk geen idee welke club in welke league speelde, maar vooral welke club een beetje leuke aanhang heeft, waar het goed toeven is een avondje. De keus was tussen NRL en Super 12. Een nationale competitie tegenover een internationale. Uiteindelijk werd de keuze gemaakt op basis van bereikbaarheid. De wedstrijd in de NRL wordt in het Olympisch park gespeeld, een dik uur van Glebe, waar ik leef, terwijl de wedstrijd in de super 12 vlakbij de stad wordt gespeeld. Ook nog goedkoper dus, omdat mijn buskaart daar nog geldig is. Ik neigde toch al naar die competitie omdat daar de grote rugbylanden (Nieuw Zeeland, Australië en Zuid Afrika) vertegenwoordigd zijn. Moet wel goed zijn dus.

Het is ook lekker druk om het stadion als ik kom aanlopen vanaf de bushalte. Er zijn twee stadions naast elkaar, in het cricketstadion wordt blijkbaar ook nog een wedstrijd gespeeld, al moet ik wel aan de kassa van dat stadion een kaartje kopen voor de rugby wedstrijd in het ‘Sydney Football Stadium’. Het is in Australië erg moeilijk om te weten waar iemand het over heeft als het woord ‘Football’ valt. Het kan vier verschillende sporten betekenen. Afhankelijk van de achtergrond van de persoon en de naam van de teams die gebruikt worden, moet je als buitenstaander dus maar gokken over welke sport hij het heeft. Behalve de twee rugby’s is er ook nog het Aussie Rules Football en de sport die de rest van de wereld voetbal noemt, al stelt dat hier in Australië niks voor.

Het blijkt niet eenvoudig om de ingang te vinden. Een steward stuurt me in de juiste richting. Ik stop nog even bij de stand waar men programmaboekjes verkoopt, maar een tientje extra om de namen van de spelers te lezen en wat advertenties is me toch net even iets te gek. Ik ken de namen toch niet. Ik heb nog steeds geen idee waar vak J is, als ik K al zie. Ik draai me dus maar om en heb bij H door dat ik weer te ver terug ben gelopen. Als ik voor de derde keer richting K loop, gaat er ineens een schuifluik naar boven en gaat ingang J ook open. Daarmee is mijn probleem nog niet echt opgelost, want eenmaal in het stadion heb ik nog steeds geen idee welk kuipje bestemd is voor mijn achterwerk. Terug bij de ingang legt de dame uit dat ik de trap af moet en dan kan kiezen waar ik wil zitten.

Er zijn twee jeugdwedstrijden bezig, dwars over het veld, de jochies zijn enthousiast bezig, al is het op deze leeftijd duidelijk een voordeel als je wat groot bent uitgevallen. Het is vrij moeilijk de wedstrijdjes te volgen, al krijgen de jochies zo nu en dan een applaus van de supporters aan de zijkant van het veld, waar ze net een try hebben gemaakt. Ik zit natuurlijk achter een van de korte kanten, vrij laag, de goedkoopste kaartjes hebben toch nog een redelijk overzicht moet ik zeggen.

De speaker heeft een hoop problemen met het uitspreken van de namen van de bezoekers uit Zuid Afrika. Het voorstellen van de thuisploeg, de Citibank New South Wales Waratahs, is verrassend onverstaanbaar, niet eens omdat het publiek zo luid is, maar gewoon omdat het geluid niet goed is. Het publiek is duidelijk een avondje uit, dit is niet een traditioneel sportpubliek. Naast me zit een groepje wat het best te beschrijven valt met de ietwat ouderwetse uitdrukking Yuppen. Ze zijn met zijn negenen, al kent nog niet iedereen elkaar, een enkeling moet de verloofde voorstellen aan de oude vrienden. Het gesprek begint met ‘hoe lang hebben we elkaar nu al niet gezien. De bruiloft niet?’ Ik had al genoeg gehoord.

De wedstrijd gaat redelijk gelijk op. De thuisploeg is de grote favoriet. Uitwedstrijden worden in deze competitie niet vaak gewonnen, de Bulls zijn daarbij het zwakste Afrikaanse team in de league. Het team bestaat uitsluitend uit blanken, een bewijs dat rugby in Zuid Afrika nog steeds een sport is van de blanken, de zwarte bevolking speelt voetbal. Het duurt tot halverwege de eerste helft voordat de thuisploeg de eerste try scoort. Even later scoren ze een tweede, vlak voor de rust een derde, eigenlijk is de wedstrijd daar al mee beslist.

De eerste helft valt me niet mee. De Afrikanen verdedigen wel redelijk, maar zijn niet sterk genoeg. Het spel ligt vaak stil en het publiek is erg kalm. Geen spreekkoren, geen liederen, slechts als de spelers in de buurt van de achterlijn komen is er iets enthousiasme te horen. Het stadion is ongeveer halfvol, maar in de rust wordt er niets gedaan. Geen amusement, geen muziek, geen verloting, helemaal niets.

De tweede helft brengt meer van hetzelfde. De mannen naast me zitten hun respectievelijke carrières te bespreken, terwijl de dames hun eigen conversatie hebben. De Waratahs vallen aan en scoren zo nu en dan een try en het enige teken van enthousiasme is het zwaaien van een papier met het woord TRY er op geschreven dat blijkbaar in duizenden is uitgedeeld buiten het stadion, al heb ik dat blijkbaar weer gemist.

Tegen het einde van de wedstrijd lukt het een Afrikaan om met een goede soloactie de eer te redden. Hij krijgt een beleefd applaus van het thuispubliek. De thuisploeg scoort een bonuspunt vanwege het feit dat ze meer dan vier tries hebben gescoord en staat na drie wedstrijden boven aan de competitie. De eindstand is 53-7, de grootste score ooit voor de Australiërs.

Om me heen loopt bijna iedereen naar de bar, de rest naar de uitgang, op het veld lopen een paar jongedames in T-shirts die bewust een maat te klein voor ze zijn, voor een platte wagen uit, die is omgebouwd tot podium. Een van de radiostations sponsort de band die nu een optreden begint. Terwijl de spelers in de tunnel verdwijnen en voor het laatst naar het nog aanwezige publiek zwaait, begint de band met het eerste nummer. De zangeres zingt een cover van Shania Twain, niet eens echt goed overigens. De titel is wel toepasselijk. “That don’t impress me much”, wat mij betreft geldt dat voor zowel de wedstrijd als voor haar zangkunst.

De extra bussen die terug naar de stad rijden, mag ik niet in met mijn buskaart, dus ik moet naar de bushalte lopen en daar een tijdje wachten voordat ik weg ben. That doesn’t impress me much either.

(Sydney, februari 2001)

Advertenties