Tags

, , ,

Het was het eerste item in het nieuws die ochtend. Sir Donald Bradman is overleden. Ik had de naam wel eens gehoord, maar wie hij eigenlijk was, had ik je tot dat moment niet kunnen vertellen. De eerste keer dat ik zijn naam hoorde, was toen de premier van Australië John Howard, Bradman de ‘biggest living Australian’ noemde, vlak na de Olympische Spelen.

Die mening wordt nu vlak na zijn dood door velen gedeeld. Slechts een enkeling durft tussendoor op te merken, dat Bradman ‘maar’ een cricketer was. De meest opvallende in die categorie was zijn eigen dochter. Het onderwerp neemt de helft van de tijd van het nieuws in beslag. En de voorpagina van de krant die dag en de rest van de week. Die week werd me duidelijk dat Bradman niet zo maar een cricketer was. De verschillende televisiezenders troeven elkaar af met de mooiste beelden en commentaar van verschillende beroemdheden. Kranten hebben bijlagen en pagina’s vol ingezonden brieven.

Bradman was de beste cricketer aller tijden. Zijn dood veroorzaakt een golf van emotie in Australië slechts vergelijkbaar met de dood van John Lennon en Lady Diana. Een dag later wordt de vergelijking met JFK gemaakt als in ‘iedereen herinnert zich waar hij was toen hij vernam dat Sir Don dood was’. Ik weet niet veel van cricket, maar geloof alle experts meteen als men vertelt dat hij de beste slagman aller tijden was.

Een cijfer komt steeds terug. 99.94 was het slaggemiddelde over zijn hele carrière. Oftewel bijna 100 runs per wedstrijd gemiddeld. Het zal de leek niets zeggen, mij ook weinig, al weet ik dat een speler applaus krijgt als hij 50 runs haalt in een wedstrijd. Haalt hij de 100, dan staat hij de volgende dag gegarandeerd in de kop van de krant. Het tweede hoogste gemiddelde is 60 runs. Oftewel Sir Don is 40 runs beter dan de tweede beste slagman ooit. Zijn gemiddelde eindigde onder de 100 door een duck, uit voor 0 runs in zijn laatste testmatch tegen Engeland. 4 runs waren genoeg geweest voor 100 gemiddeld. Een keer de bal over de rand rollen en hij had het gered. Voor velen was zijn falen in zijn allerlaatste slagbeurt slechts het bewijs dat hij menselijk was.

Het mooiste in alle herdenkingen zijn de verhalen over de man en de invloed die hij had op iedereen. Kinderen die hem nooit zagen spelen, schreven de krant om te laten weten hoe belangrijk hij was, oude kerels die hem als jong jochie zagen spelen, laten trots weten welke wedstrijd ze in de jaren dertig of veertig bezochten. De kop ‘mijn vader speelde tegen Bradman’ verscheen meerdere keren in verschillende kranten, kinderen van voormalige cricketers vertellen over hoe hun vader altijd over die ene keer vertelde.

De mooiste verhalen zijn die, die niet gecontroleerd konden worden. De keer dat Sir Don, jaren na zijn carrière aan het golfen was met een jonge sportman. Op een moeilijke plek bij een van de holes vertelt Sir Don de jongeman “In mijn jeugd speelde ik de bal hier met een Iron-3 over de bomen”, waarna de jongeman dit als advies opvat en de bal prompt tegen een boom mept. “In mijn tijd waren die bomen nog een stuk lager overigens”, vervolgt Sir Don droogjes zijn verhaal.

Mijn favoriete verhaal was het relaas van een arbeider uit Leeds die de legende graag wilde zien spelen, maar nooit de kans had. Toen bekend werd dat het de laatste wedstrijd van de beroemde Australiër zou zijn, liep de goede man helemaal van Leeds naar Londen. Hij besteedde zijn laatste geld aan een kaartje en zag de slagman uitgaan zonder dat hij een run gemaakt had. Terwijl Sir Don soms uren achtereen het publiek in zijn eentje vermaakte, nu kon hij na twee minuten al gaan douchen. Bij terugkeer in Leeds werd de arbeider door vrienden en collega’s uitgelachen. Helemaal naar Londen lopen om Sir Don twee minuten te zien spelen. Waarop de man het legendarische antwoord gaf: “Maar ik heb hem tenminste zien spelen.” De rest van de avond dronk hij voor niets.

Bij zijn besloten begrafenis stonden de straten vol om een laatst eerbetoon te geven aan de legendarische sporter, door sommige Australiërs chauvinistisch de beste sportman ooit genoemd. Nu wordt cricket slechts in een dozijn landen serieus genomen, dus die titel zal Bradman wel nooit winnen, maar terwijl in voetbal de discussie Maradona of Pele eeuwig doorgaat, is er in cricket geen enkele discussie mogelijk. Vraag een willekeurige voorbijganger op straat in Islamabad, York, Adelaide, Wellington, Harare of Bombay wie de beste ooit was, unaniem zullen zij hetzelfde antwoord geven: Sir Donald Bradman.

(februari 2001)

Advertenties