Tags

, , , ,

Na een lange nacht in een bus kom ik aan in Santiago. Ik vind een leuk hotelletje en val na 6 minuten in Ajax – Nac, live op ESPN+. Thuis zou ik dat nooit helemaal kijken, nu is het heerlijk na 12 uur reizen. Ik had toch al beslist dat ik de zondag een wedstrijd wilde bezoeken. Een voetbalwedstrijd natuurlijk, de populairste sport in Zuid Amerika. Op 1 dagje na waarin ik het museum van Boca Juniors bezocht en een jeugdwedstrijd meepikte, ben ik al bijna een maand onderweg en heb mijn tijd besteed aan museums, oude stadswijken, bergen, nationale parken, gletsjers, meren en ander natuurschoon.

Het is een goede dag voor mijn sporthart. In het centrum krijg ik het advies om de mooiste wedstrijd van de dag te bezoeken in Valparaiso, maar anderhalf uur met de bus vanaf Santiago. Op weg terug naar het hotel kom ik langs een gigantisch televisiescherm waar enkele honderden fans gaan kijken naar de Olympische tennisfinale. Nadat ze gisteren al het dubbel wonnen, het eerste Olympische goud in de geschiedenis van Chili, kan Massu vandaag ook nog de singles winnen. Behalve honderden fans zijn er ook souvenirverkopers, fotograven en een televisieploeg. De sfeer is goed.

En dan vlak bij het hotel word ik verrast. Ik denk zelfs even dat ik het niet goed zie. Een groep fietsers schiet voorbij op de Avenida O’Higgins. Het lijkt me erg onlogisch, maar als ik sta te wachten bij het voetgangerslicht, komen er nog 4 voorbij aan de overkant, rode shirts allemaal, even denk ik Saeco, maar dat klopt niet. Terwijl mijn licht op groen springt, houdt een politieman ons tegen. Van de andere kant komt de eerste groep weer langs. Zo’n 20 renners, met de bolletjestrui als opvallendste renner ertussen. “Het lijkt wel een wedstrijd”, denk ik bij mijzelf. Halverwege de Avenida staan we weer stil.

Okay, de O’Higgins is geen Avenida 9 de Julio, de gigantische verkeersader dwars door Buenos Aires van 16 banen. Maar het is toch een behoorlijk drukke straat. Dus net als op de Champs Elysees (op die ene zondag na) verwacht je geen fietsers die hun leven wagen. Nu heb ik in de maand tijd dat ik hier rondtrek zo goed als geen teken gehad dat er wielerleven bestaat in dit deel van de wereld. Ik had net de dag voordien een renner in een Panasonic shirt had gezien in Valdivia. Het viel zo erg op dat ik Peter er over moest mailen. Chili is niet een land met een wielercultuur. Latijns Amerika in zijn geheel niet, maar we kennen toch wel uitzonderingen. Mexico met Alcala en Arroyo. De Cubaanse baanrenners. Colombia natuurlijk met een lange wielertraditie. Venezuela met de nazaten van Baskische emigranten. Argentinië heeft goede baanrenners. De Ronde van Guatemala werd door velen ineens gezien als de nieuwe ronde van Burkina Faso. Maar Chili? Ik ken geen renner uit dit land.

4 banen in beide richtingen, waarvan de helft voor de bussen waren, telt de Avenida O’Higgins. Niet echt simpel over te steken. De tweede keer groen lukt het ook niet de overkant te bereiken, weer een groep achterblijvers. Nu pas valt het me op dat bussen en auto’s door elkaar rijden, niet zoals voorheen dus. Dit is echt een wielerwedstrijd.

Ik twijfel of ik nog naar die voetbalwedstrijd wil. Een wielerwedstrijd vlak voor de deur! Ik ren toch eerst terug naar het hotel, waar ik mijn rugzakje met troep neergooi en slechts een fotocamera en een boek meepak. Eerst die wedstrijd eens afkijken, dan kan ik altijd nog zien of ik naar de voetbal ga. Als ik terug ben bij het kruispunt, een minuut of 5 later, zie ik de politieman de pionnen, die de busbaan van de rest van de weg scheidden, en dus ook de wielerwedstrijd van de voorbijrazende taxi’s en andere idioten, stapelen. Slecht teken. Ik loop in de richting waar ik de finish vermoed, zie nog slechts een paar renners op de rug, die niet echt haast lijken te hebben.

Tegen de tijd dat ik bij de finish aankom, wordt de wind uit het luchtkussen dat de finishvlag ophield gelaten. In het parkje staat een groepje van zo’n 40-50 renners na te puffen. Er is een klein podium, een enkele auto staat vlakbij met de eerste fietsen op het dak. De meeste renners lijken me nog vrij jong, al is er ook een enkel buikje zichtbaar. Een man (official?) neemt het woord door de microfoon en vertelt over de wedstrijd van volgende week zondag. De wedstrijd van volgende week zondag is er voor mij een van GFC4. Even twijfel ik om me voor te doen als de reporter van de bekende website CycloSim. Als ik een pen en wat papier bij me had gehad, had ik dat waarschijnlijk zelfs nog gedaan ook. Ik neem nog 1 of 2 foto’s en besluit dat ik toch maar naar de voetbal ga. Dus loop ik naar de metro, terug naar het busstation waar ik 5 uur eerder arriveerde.

De wedstrijd was mooi, de sfeer in het stadion geweldig. Toch had ik het gevoel dat ik iets gemist had vandaag.

Advertenties