Tags

, , ,

Muzikanten hebben de mogelijkheid om de door hun geschreven liederen live ten gehore te brengen, zo te laten zien dat ze echte artiesten zijn. Monty Pyhton deed ooit al eens een sketch over een schrijver die ‘live’ een boek schreef. Omdat ik reisverhalebn schrijf, zelf noem ik ze liever reisimpressies overigens, is het vrij gebruikelijk deze pas nadien te schrijven. Maar vandaag introduceer ik iets nieuws: het live geschreven treisverhaal!

Ik zit op stoel 1h in wagon A van de TranzCoastal van Christchurch naar Picton. En deze trein is dermate luxe dat er een stopcontact onder de tafel zit. Ik heb dus nu de kans om live dit verhaal te schrijven. En aangezien treinreizen toch al vaak het onderwerp zijn van reisverhalen, kan ik nu een nieuwe dimensie aan het genre geven.

Het probleem is natuurlijk dat ik geen typist ben. Mijn vingers liggen niet natuurlijk op het toetsenbord, maar stampen heen en weer, zoals op een ouderwetse typemachine. Daarbij komt nog dat het apparaat waarop ik schrijf een erg ouderwetse versie van een laptop is, zo oud dat het schermpje vaag begint te worden. Ik moet het al in een bepaalde hoek zetten om uberhaupt nog iets te zien. Tenslotte staat de zon ook nog eens verkeerd, niet alleen voor mijn schermpje, maar zeker ook voor mijn ogen. Dit alles maakt dat live schrijven zeker geen eenvoudige opgave is. Maar niemand heeft ooit gezegd dat het makkelijk moet zijn. de artiest moet lijden voor zijn werk, is eerder het toepasselijke gegeven.

Het rare van deze trein is dat het de tranzcoastal heet, oftewel de trein die langs de kust gaat, maar we zijn nu al zeker een uur onderweg, maar ik heb zelfs in de verte nog geen sstukje strand of zwelfs maar een duin gezien. Laat staan de zee, of de stille oceaan in dit geval. Niet dat het geen leuke reis is, het is verre van vervelend, maar de naam doet anders vermoeden.

Wat is er zoal te zien uit het raam van de TranzCoastal dan? Zoals verwacht kan worden in Nieuw Zeeland vooral erg veel schapen. Het aantal schapen wint het dik van het aantal inwoners in dit land, en de meerderheid staat in hele groepen in velden. Volgens mij zijn schapen niet zulke grote fans van treinen. Meer dan eens zie je hele groepen wegrennen van de rand van het weiland waar wij langs komen. Het is zomer hier nu, dus alle schapen zijn fris geschoren. Ik weet niet waarom ik dat schrijf, maar wie live schrijft, moet durven improviseren.

We hebben al een klein stukje langs een rivier gedaan, dat vind ik eigenlijk altijd mooi, lekker meslingeren met het weater, we hebben ook al enkele andere watertjes onder ons door zien gaan als we over een van de 175 bruggen gingen. Ik heb ze niet allemaalk geteld, maar het lijkt me vrij veel voor een reis van 347 kilometer, maar een paar planken over een boerenslootje telt natuurlijk ook al mee.

Bergen zien we ook genoeg, (weer een brug met wat bruin water eronder) aan beide kanten van de trein overigens, wat me doet ver,moeden dat het nog wel eens een tijdje kon durten voordat we nog iets van de zee te zien krijgen. Maar bergen zijn ook altijd mooi om te Zien, dus als het aan mij ligt hoeven ze die vboorlopig niog niet weg te halen.

Regelmatig horen we een of andere mededeing over de intyercom. Niet alleen de standaard opmerkingdat rokeenm verboden is op deze reis, maar ook een beetje toeristische informatie, over de rivieren die we zien, de dorpjes die we doorkruuisen en de geschiedenis van het land. Eigenlijk kun je weinig aanmerken op de service van de spoorwegen hier. (we staan nu even stil ergens in een bos, waarom is niet bekend, de dame noemt het een ‘brief operational stop’ wat dat ook moge betekenen.) Ik heb zelfs niet eens betaald voor deze trein, het kaartje werd mij gratis aangeboden. Dat zit als volgt. De trein in dit land is niet zo zeer een vervoersmiddel, maar duidelijk een toeristenattractie. Slechts een aantal verschillende lijnen zijn nog in werking, voornamelijk op ‘mooie’ routes. Een daavan is de TranzAlpine, dwars over het zuid eiland door de bergen, door de spoorwegen aangeprezen als een van de ‘top six railwayjourneys in the world’. Wat natuurlijk de vraag oproept wie die top zes ooit bepaald heeft, en waar die andere vijf dan zijn, maar ik was nieuwsgierig genoeg en als liefhebber van treinreizen besloot ik om mijn budget nog maar eens uit te rekken en deze TranZzAlpine te nemen.

Ik besloot om vanaf de westkust eerst de trein te nemen van Greymouth naar Arthurs’s pass, het middelpunt van die reis en daar een paar dagen in de bergen te blijven (we staan al weer stil voor een brief operational stop, naast een goederentrein links en een weiland met wat heuvels rechts van ons. de trein naast ons vertreky, wij blijven stil staan) en te genieten van Arthur’s pass en de wandelingen die daar te doen zijn. De reis was prachtig overigens, het feit dat de trein een toeristenattractie is, werd bevestigd door een bus vol Japanners die niet alleen over de weg meereden met de trein, maar ons zelfs op meerdere tussenstations opwachten. En dat allemaal om een trein te zien.

Toen ik een paar dagen later voor het tweede gedeelte van mijn reis klaar stond, bleek er een brand te hebben plaatsgevonden op een van de bruggen en dus kon de trein niet gaan. We werden met bussen vervoerd. Nu heb ik een hekel aan busreizen. In vergelijking met trein reizen zijn ze oncomfortabel, vervelend en zo kan ik nog wel een paar dozijn nadelen noemen, daarbij was mijn treinkaartje een stuk duurder dan een buskaartje voor de zelfde route. Dus als echte Nederlander besloot ik er maar eens een email aan te wagen en te klagen. Binnen een paar dagen had ik een uitgebreide email terug, waarin tot en met het kleinste edtail werd ingegaan op alle dingen die ik had geschreven. En daarbij kon ik kiezen of ik 12 dollaar terugwilde (wat volgens hun het verschil was (we hobbelen ondertussen weer verder) tussen bus en trein of een gratis kaartje voor de tranzcoastal. Dat kaartje gaat geloof ik weg voor tussen de 40 en 80 dollar, er bestaat hier een ingewikkeld systeem van kaartjes, wat er op neerkomt dat hoe langer voordien je boekt, hoe goedkoper de kaartjes zijn, dus was ik natuurlijk allang blij dat ik gratis nog een treinreis mocht maken. Daarom zit ik dus nu prinsheerlijk aan een tafel te schrijven, met links meer schapen en rechts weer een riviertje, niet al te heftig overigens, de bedding is zeker drie keer zo breed als het water zelfs, ik hoor nu dat deze rivier d conway heet en dat we over een paar minuten de kust zullen zien. De dame heeft het al optimistisch over zeehondjes op de rotsen en de camera’s moeten dan ook gereed gemaakt worden.

Een moeder met een aantal kinderen komt hier net voor de tweede keer langs lopen. Ze is net op het observation deck geweest, een wagon met open zijkanten voor betere uitzichten, maar vond het daar nogal koud. Ze was voordien ook al twee keer langs gekomen en had een poging gedaan om te lezen wat ik hier nu zit te schrijven, maar ik kan zel;fs al nauwelijks zien wat ik schrijf, laat staan dat iemand anders achter me staand het kan lezen.

We zijn nu inderdaad vlak bij de kust gekomen, ik kan het water zien, een echt strand is hier niet, grijs-zwart is het zand hier, waar de zeehonden zijn is nog even onmduidelijk. De zee is erustig, al blokkeren een aantal bomen me nu het zicht, ah, ik kan weer zien, een hoop zeewier hier in het water. Tunnel! Ik kon mijn schermpje inmeens goed zien.In de tweede tunnel vielen me een aantal schrijffouten op. Tja, dat is live schrijven. Bij een concert kun je een valse noot ook niet terug draaien, gewoon doorgaan is het devies, lijkt me.

Ik zie ook dat ik al halverwege de derde pagina ben, het wordt een lang verhaal dus, terwijl ik eigenlijk het idee heb dat ik net begonnen ben, volgens mij zijn we ook nog niet halverwege de reis.

Al meer dsan tien minuten midneren we nu vaart zodra er rotsen in de zee zichrbaar zijn, waarschijnlijk hopend dat er zeehondjes zitten, maar hoe ik ook staar, behalve meeuwen geen levend wezen te zien. Lijkt me wel grappig om in Nederland ook in te voeren. Tussen Apeldoorn en Amersfoort een stukje rustig rijden om te hopen een hert te zien. En dan allemaal de aansluiting missen en nog een uur later op het werk verschijnen. De vergelijking van de NS met TranzScenic is eigenlijk wel grappig. “Uw trein van Den Haag naar Alkmaar had vertraging, hier heeft u een gratis kaartje voor de trein naar Groningen (meer meeuwen), veel plezier! En dan hebben we het nog niet eens over de banken waarbij je een half uur knietje vrijen met een vreemde niet kunt vermijden, terwijl ik hier een tafel vcoor me alleen heb, drie lege stoelen om me heen. In plaats van flatgebouwen zie ik bergen en zee, in plaats van mopperende medertezigers, zit iedereen hier heerlijk kal te genieten, uit het raam te staren of te doezelen. En zelfs als je een kaartje koopt is het nog goedkoper dan in Nederland! Treinreiziger: Emigrerem!

We zijn nu in de volgende tunnel, volgens het foldertje een van de 21, ook de tunnels heb ik niet geteld, maar het zal wel kloppen, neem ik aan. Ze volgen elkaar wel erg snel op nu. Aan het begin van de zin zitten we in een andere tunnel als aan het eind van de zin. Misschien typ ik toch te langzaam, een goede secretaresse zit er blijkbaar niet in mij. (meer schapen, shit, waar is de zee gebeleven?)

Er staan vier paarden in de wei, allemaal met een deken om (nogh een riviertje en een brug) die net als de schapen hard wegrennen als we langskomen. Ik heb nog geen paard gezien zonder deken. Zou dat een wet zijn hier? We komen bijna aan in Kaikoura, waar we vijf minuten de kans krijgen wat frisselucht te snuiven, al is het ook de enige kans voor de rokers om ewr snel een sigaret door te trekken, dus erg fris zal de lucht niet zijn op het perron. Laat ik voor de zekerheid mijn verhaal nog maar even opslaan, je weet maar nooit.

Ik voel me ondertussen een echte Paul Theroux, uit niets een stukje schrijven, in de trein zitten rondkijken onder het mom van dit is werk. Ik kan zien dat het voor velen intereessant is om iemand te zien die zit te scchrijven, blijkbaar is de laptop hier niog niet zo ingeburgered als in een hoop andere landen. Al schrik ik er meestal nog werl van terug om dit ding een laptop te noemen, zo’n 15 jaar oud, een stuk zwaarder en met slechts een tekstverwerker, voilgens mij hebben we het dan toch over een andere categorie.

We hebben Kaikoura weer achter ons gelaten en hobbelen weer langs de kust noordwaarts, volgens het schema is het nog ruim twee uur tot Picton. Ik heb geen horloge om, dus ik vertrouw er maar op dat we op schema rijden. In een bocht kan ik het voorste stukje van de treion zien, op de een of andere manier is dat een mooi beeld, een hele lange bocht met een hele lange trein er in. Eigenlijk zouden dit soort treienen alleen maar in lange bochten moeten rijden, dan heb je continu wat uit het raam te kijken, tenslotte ziet de zee er naar een half uur nog steeds niet anders uit. Water en golven. En meeuwen natuurlijk. Maar nog steeds geen zeehonden!

In een tuinstoeltje langs de spoorbaan zit een of andere zwerver, met zijn rug naar de trein, naar de zee te kijken,.Hij had ook een paar meter verder naar voren kunnen gaan zitten, dan had hij op het strand gezeten, maar blijkbaar was dit zijn plekje. In the middle of nowhere. Op een dijkje aan de rand van de spoorbaan. Hij keek niet echt vrolijk trouwens. Een dikke muts op zijn hoofd em een baard van zeker twee weken oud. Mar ja, vragen waarom hij daar ging zitten is niet mogelijk, de trein gaat onverbiddelijk verder.

(meer rotsen, weer langzaam rijden, weer slechts me3euwen te zien)

Medereizigers zijn vaak een bron van inspiratie. Maar vandaag zijn het niet de meest opwindende figuren aan boord. Een beetje een saai zootje eigenlijk. Twee collega’s die elkaar per ongeluk tegen komen en uit beleefdheid een kop koffie samen drinken en de laatste roddels doornemen. Een wat oudere man die me elke keer vriendelijk toelacht als ik over mijn computer wegstaar, een dame, van zo’n jaar of 50, met het kapsel van een militair, wiens zoon haar vanochtend wegbracht en op het perron haar uit kwam zwaaien, hij zag er uit alsof hij daarna meteen zijn Harley vriendjes uit kon nodigen om het huis te verbouwen nu moeder weg was. En een meisje met een tshirt met Japans opschrift, nagellak in de kleur van haar tshirt (lkichtblauw) en een walkman op, die net informeerde wat ik eigenlijk aan het schrijven ben. Ik zag een hoop andere nekken zich strekken om het antwoord mee te krijgen. “Alles wat ik zie en wat er hier zoal gebeurt”, vertel ik haar, niet eens bewust vaag blijvend. En dan nog een dozijn of wat anderen die totaal onopvallend blijven en meerderen die langskomen op weg naar de buffetcar (waar ik net een smakelijke muffin heb gehaald) en eventjes vanuit de ooghoeken kijken naar die idioot die in de trein zit te werken op zijn computer.

Nog zo’n anderhalf uur te gaan en de coupe is in diepe rust. Vele oogleden bedekken de ogen, een enkeling leest nog wat, alle gesprekken zijn afgerond, er is niets meer om over te praten. We zijn weer terug langs het strand, de trein lijkt elke keer weer landinwaarts te trekken, maar keert dan toch weer terug vlak bij de zee. Maar we hebben nog steeds geen zeehond gezien!

Nadat ik de krant van vandaag heb gelezen (schokkend nieuws: laatste mannelijke overlevende van de Titanic overleden, Israel kiest nieuwe premier, meisje vergeeft haar verkrachter en de Black Cpas (het nationale cricketteam) doen het nog steeds beroerd) komen we langs Lkae Grassmere, waar zo ongeveer al het zout van het land geproduceerd wordt, dooe zeewater in ondiepe bassins te laten stromen. waarom sommige bassins rood waren werd me niet helemaal duidelijk, de intercom is niet altijd even duidelijk. We zijn de zee ondertussen kwijt geraakt, op het kaartje is te zien dat dat zo ongeveer klopt en zitten in de heuvels, die er allemaal een beetje dor uitzien, geel gras en rotsen, weinig groen, dit is het droogste gedeelte van het land (hjuich, weer een lange bocht), alle regen valt blijkbaar aan de westkust. Ik gok dat we nog een kleinm uurtje onderweg zijn. Nog een tussenstop.

We komen langs hett station van Seddon, ik kan het bord zien dat naast de weg staat, die weer eens een stukje paralel meeloopt, het is nog 51 kilometer. Op de golfbaan aan de linkerkant doen de greens hun naam eer aan. Het zijn de enige stukjes die ook echt groen zijn.

Ik vind het wel mooi geweest nu. De live performance is bijna voorbij. Er staat nergens dat ik van begin tot eind moet schrijven. Hwet was een leuk experiment, misschien wel voor herhaling vatbaar. Maar hoe dan ook, ik vond het leuk, ik dank u vooor uw aandacht.

(Picton, Nieuw Zeeland, maart 2001)

Advertenties