Tags

, , , , , , , ,

27 september 2000, woensdag

Mijn wekker staat weliswaar erg vroeg, maar echt wakker ben ik er niet van geworden. Van die klap schrik ik wel. Het is onweer en ik zie dat het buiten weer regent. Aangezien ik gisteren al genoeg regen heb meegekregen en niet van plan ben mijn verkoudheid nog eens te voeden, besluit ik mijn wekker nog maar eens te verzetten en op te staan vlak voor de start van het wielrennen. Ik kwam vannacht behoorlijk laat thuis, aangezien ik na de wegwedstrijd voor dames naar de halve finale van het honkbal ben geweest. Na net opgedroogd te zijn van de regen van ’s ochtends, kreeg ik ’s avonds de volle lading. En tot overmaat van ramp werd de wedstrijd nog twee uur gestaakt ook. Het was dus ruim na tweeën dat ik de voordeur pas opende.

Om tien uur zit ik voor de televisie en zie de heren wielrenners op hun fiets stappen. Het is buiten ondertussen opgeklaard en ik heb meteen al de neiging te vertrekken. Ik kijk nog even naar de televisie, zo lang het kan tenminste, maar er zijn vandaag meer belangrijke sporten blijkt, want al snel is het alleen nog maar atletiek, slechts onderbroken voor roeien, op het scherm.

Ik loop dus weer naar ‘mijn’ plekje op het parcours en arriveer er een ruim half uur later en tref behalve Marco, ook de eigenaar van de televisie weer aan. Het schermpje heeft nog steeds atletiek, dus we moeten ons vermaken met de renners die elke 26 minuten voorbij komen. Het is een lange koers, dus de eerste ronden gebeurt er niet echt veel. Er is vandaag wel wat meer publiek dan gisteren, het weer is ook beter ondertussen. Wat heet. Het is zelfs heet.

De Nieuw Zeelanders zijn er weer, in grote getale zelfs en een jong Colombiaans stel staat met een vlag aan de straat te zwaaien naar hun landgenoten die achterin het peloton hangen. Aan de overkant doen een aantal landgenoten van hen hetzelfde. Verder bestaat het publiek vandaag uit de lokale bevolking die een dag heeft vrijgenomen. Aan de overkant hangt een groepje jongeren rond die vanaf het balkon van alles richting de renners schreeuwt, terwijl ze in de voortuin een barbecue hebben staan.

Marco heeft het druk vandaag. Mensen die op de stoeprand zitten en dus met de benen op het parcours, moeten worden gewezen op het gevaar. Velen willen oversteken waar het niet mag en een enkeling doet tevergeefs een poging om zijn rennerslijst te lenen. Maar Marco is ouderwets Oost-Indisch doof voor voorbijgangers die willen weten welk nummer O’Grady heeft of Armstrong, de enige niet Australiër die men hier kent. Gelukkig kent hij mij nog wel en ik mag even de lijst bestuderen en samen met een van de Kiwi’s doe ik een poging de rugnummers van de favorieten, volgens ons tenminste, te onthouden. “Alleen voor degenen die me het beleefd vragen”, lacht Marco naar ons. Wij komen tot het rijtje Bartoli, O’Grady, Jalabert en Zabel.

De ochtend duurt lang, ik concludeer dat het niet eens erg is dat ik de eerste rondes gemist heb, anders was mijn dag te lang geworden, zeker met mijn werk er meteen achteraan. Ik heb nog wel een probleempje. Zodra de koers voorbij is, heb ik namelijk nog zo’n 10 minuten om te verschijnen in het Olympic park, minstens een uur hiervandaan. Ik zie wel hoe de dag zich ontwikkelt.

Zodra de atletiek voorbij is, aan het begin van de middag, hangen we hoopvol rond bij de televisie, omdat ze nu toch zeker wel moeten verder gaan met wielrennen. Na de reclame blijkt dat we het weer mis hebben. Eerst nog wat roeien, een stukje synchroonduiken en dan pas eindelijk wielrennen. Het blijkt een flits te zijn om de Australiërs te vertellen dat er weinig gebeurt is. Tegen de tijd dat iedereen doorheeft dat de televisie in de lucht is, zitten we al weer bij paardrijden. Er wordt een paar keer gevloekt, waarna een paar achterblijvers nog worden aangemoedigd. We vestigen onze hoop op de laatste 2 ronden.

De Nederlandse renners doen het goed, ze zitten continu voorin en Van Heeswijk eerst en later ook Van Bon gaan mee in een ontsnapping. Die laatste ontsnapping lijkt de beslissende, meerdere grote namen en de grote wielerlanden allemaal vertegenwoordigd, niemand zou er achter meer gaan rijden. Maar op de volgende klim zien we dat er een aantal afvliegen en dat anderen uit het peloton naar de kopgroep toe springen. De koers is nu eindelijk echt interessant. Niet dat het de televisie interesseert, daar gaan ze na het paardrijden rustig beginnen met een basketballwedstrijd van de Opals, het Australische damesteam. Even krijgen we in een time-out een paar beelden. We zien onder aan de klim Ullrich ontsnappen, maar voordat we kunnen zien wie er volgt zijn we weer terug bij het paardrijden.

Even later komt Ullrich voorbij, in het wiel van een andere Duitser Klöden. Een renner uit Kazachstan sluit net aan. De kenners zien dat het beslist is. Nog anderhalve ronde en 3 ploegmaten zijn weg. Vinokoerov mag niet winnen, dus is Ullrich Olympisch kampioen. Tevergeefs hopen we weer op de televisie. Na de reclame vallen we in een time-out van de basketbaldames, maar geen woord meer over het wielrennen. Uit de groep demarreert Bartoli nog achter Jalabert aan, ze zouden er misschien nog bij kunnen komen, al is het gat al behoorlijk groot op deze klim. Onze enige stroom van informatie is nu de radio. 2 liefhebbers hebben een walkman aanstaan en houden de rest op de hoogte.

Wanneer de renners voor de laatste keer voorbijkomen hebben de 3 een ruime voorsprong genomen. De groep erachter is iets groter geworden, alleen Jalabert probeert het nog. Tevergeefs. Net zo tevergeefs als onze hoop dat we nog wat zien nu ze voor het laatst voorbij komen. Australische televisie vindt deze sport niet belangrijk. De Nederlanders zijn weggevaagd en hangen uitgeblust achter in het peloton, de Colombianen geven ook weinig reden tot vreugde voor ons jonge koppel voor me en de Nieuw Zeelanders wisten al voor de wedstrijd dat hun landgenoten een enorme prestatie zouden leveren wanneer ze de wedstrijd alleen al zouden uitrijden.

Via de walkmanfans horen we dat Ullrich ontsnapt is, collectief schelden we nog een keer op de televisie, in minstens 5 talen, maar het helpt niets. Niet eens de finish zien we. Teleurgesteld zoek ik de bushalte op. Ik weet wie er gewonnen heeft, kan wel gokken wie zilver en brons kregen en wordt door de buschauffeur niet in de bus gelaten, omdat hij weliswaar stilstaat, maar niet bij een halte staat. Het feit dat ik een Olympisch uniform aanheb, maakt geen indruk.

Ik kom bijna een uur te laat op mijn werk, maar niemand die er iets van zegt. Het voordeel van vrijwilligerswerk.

Advertenties