Tags

, , , , ,

Dinsdag 26 september 2000, Olympische wegwedstrijd dames

Al voor zeven uur sta ik op, ik word weer eens gebeld voor een kort Olympisch gesprekje voor Radio Oost. Omdat we net doen alsof het live is, kwart voor zeven ’s ochtends Nederlandse tijd, kan ik niet vertellen dat ik naar het wielrennen ga vandaag, die wedstrijd is dan namelijk al afgelopen.

Op weg naar Bronte, lopend, bel ik nog even naar huis, halfweg vanuit Clovelly. Mijn ouders slapen nog niet, dus die kunnen morgenvroeg nog mooi naar de radio luisteren. Pa wil zelfs opblijven voor het wielrennen, maar ik raad hem aan eerst te gaan slapen, zodat hij de finish nog kan zien.

In Bronte is het nog erg rustig. Van een vrijwilligster krijg ik een plattegrondje met het parcours er op en ze vertelt me ook dat ik een stuk kan afsnijden naar een klimmetje. Perfect dus. Ik vind een prachtig plekje, waar ik de rensters aan kan zien komen en nog een stukje verder kan zien klimmen. Tussendoor kan ik dan op een muurtje zitten. Ideaal voor de wielerliefhebber, het verbaasd me dat het hier zo rustig is. De enige die hier nu staat is de vrijwilliger die dit stuk van het parcours in de gaten moet houden.

Hij is een Zwitser uit het Italiaanse gedeelte van dat land, die al jaren in Australië woont. Marco heeft zelfs nog een deelneemster gevonden met zijn achternaam op de lijst van de rensters. Braendli staat er, de umlaut is niet computervriendelijk. Zelf heeft hij de umlaut en de e allebei weggelaten, in het Engels spreken ze zijn naam toch automatisch goed uit. Marco praat graag, in welke taal dan ook. Italiaans het liefst natuurlijk, maar ook Engels, Frans of Duits (zijn vrouw komt uit Oostenrijk) is geen probleem. Tegelijkertijd houdt hij een oogje op de straat. Er zijn speciale plekken aangewezen waar je mag oversteken, hier mag dat niet en hij heeft een fluitje bij zich om overtreders terug te fluiten. En hij zal het fluitje gebruiken ook, blijkt als een enkele keer iemand het waagt over te steken op een plek waar dat eigenlijk niet mag.

De enige andere man die hier staat blijkt een bewoner te zijn van een appartement hier vlak boven. Hij concludeert dat wanneer we de race een beetje willen volgen, een televisie geen luxe is. Dus komt hij even later terug met een verlengsnoer en een draagbaar toestel en zien we de dames net op dat moment vertrekken uit Centennial park, aan de andere kant van het parcours.

De televisie blijkt een magneet te zijn. Van iets op de heuvel komt eerst een Italiaan aangelopen. Hij kijkt even mee en roept dan naar de andere Italiaanse fans om ook hier te komen. Zij blijken samen de fanclub van de zusjes Cappellotto te vormen, uit een dorpje in de buurt van Padova. Ze hebben allemaal T-shirts aan met de afbeelding van de zusjes erop en geven er een cadeau aan Marco. Ook de Amerikaanse dames die er bij zijn komen staan krijgen een shirt, leuk voor een foto, al kost het wel moeite om in die T-shirts te kruipen, aangezien er geen grote maten meer over zijn. Ik word gevraagd die foto te maken, een bakbeest van een camera wordt me in de handen gedrukt. Ik moet nog even wachten totdat ze allebei het T-shirt aan hebben en de Italiaan trots tussen hen in gaat staan.

De Amerikaanse dames kennen alle rensters uit hun land bij de voornaam, wat vooral goed is wanneer een van de meisjes al in de eerste ronde valt en op achterstand doorkomt. “Go Karen” schreeuwt ons hele clubje nu, maar het helpt niet. Een ronde later is de achterstand opgelopen en geeft ze op als ze de finish haalt.

Ook staat er een Duitse renster bij ons, die haar landgenootjes aanmoedigt. Zelf heeft ze op de baan meegereden en doet ze zaterdag mee aan de tijdrit. Judith Arndt heet ze, lees ik op haar accreditatie. De groene kleur daarvan gaf al weg dat ze een van de sportsters is. Ik ga me echt oud voelen, wanneer ik met haar aan de praat raak. Een jong meisje met geblondeerde haren en een beugel is een Olympisch wielrenster. Als ik haar vraag hoe ze haar kansen inschat, houdt ze haar vingers een stukje uit elkaar. “Eine kleine Chance”, blijft ze bescheiden (of realistisch, dat zien we zaterdag pas). Ze blijft twee rondes bij ons staan en besluit dan om naar Centennial park te lopen, waar ze de finish kan zien, en waar op het grote scherm het beeld wat beter is dan op het kleine televisietje hier.

Het groepje Nieuw Zeelanders dat bij ons komt staan wordt ook steeds groter, maar zonder uitzondering zijn het allemaal experts. Niet alleen kennen ze hun eigen rensters, maar ook de buitenlandse renners kennen ze goed, niet alleen van naam, maar ook wie er goed is waarin en dergelijke. Ik ben tevreden met dit internationale groepje. We lullen continu over wielrennen in het algemeen, de kansen van de rijdsters vandaag en de ontwikkeling van de koers. Dit is een verademing na alle Australiërs die niet verder komen dan “Go Aussie”, maar niet eens weten wie ze aanmoedigen, of om welke sport het gaat.

Al tijdens de eerste klim moest een van de Braziliaanse rijdsters lossen. Janildes Silva geeft echter niet op. Ronde na ronde wordt haar achterstand groter, maar ze zal deze wedstrijd uitrijden. Terwijl grotere namen de pijp aan Maarten geven, verdient zij de sympathie van het publiek door de hele wedstrijd alleen af te leggen. “Go Brasil”, klinkt het steeds vaker en het applaus wordt elke ronde groter. Ze verdient het, haar race is een stuk moeilijker dan die van de vedettes die beter voorbereid op hun gemak in het peloton zitten.

Het is ondertussen gaan regenen. Het kussen dat de eigenaar van de televisie had meegenomen om op te zitten, dient nu als bescherming van de televisie. De wedstrijd is mooi, de Nederlandse dames rijden voorin erg hard, terwijl achterin elke ronde op ‘ons’ klimmetje weer slachtoffers vallen. Beide andere dames, Chantal Beltman en Mirjam Melchers, werken voor Leontien van Moorsel, die vorige week op de baan al goud en zilver won en vandaag weer een van de favorieten is.

Aan het begin van de middag druppelt het nog steeds en is de beslissing niet gevallen. Meerdere groepjes hebben het geprobeerd maar niemand kwam weg. Van de grote groep is nog ruim een derde over als ze voor de laatste keer bij ons voorbijkomen. Dit is de eerste keer dat Leontien voorin te vinden is, maar ook zij komt niet weg. De laatste kilometers kijken we op de televisie. Het is een stuk drukker geworden en veel meer Australiërs zijn er bij komen staan. De Italianen en de Duitse, Judith, zijn verdwenen en de Amerikaanse dames zijn waarschijnlijk ook naar de finish gelopen. De sprint is voor Leontien. Voor het eerst heb ik een Nederlandse medaille live gezien. De supporters uit Oz zijn teleurgesteld dat hun Anna Wilson het niet redde en dat ze niet eens een medaille won. Vierde is een rotplek, maar in wielrennen is het verschil tussen goud en 23e niet in tijd te meten soms. Maar dat realiseren velen zich hier niet. De sfeer is meteen verdwenen. In plaats van een mooie koers te hebben gezien, lijkt het alsof velen alleen maar hoopten op een Australische (gouden) medaille. En dat terwijl ze vanochtend pas in de krant lazen dat Anna Wilson een van de favorieten was.

Ik groet Marco en bedank de eigenaar van de televisie, nadat we juffrouw Silva voor de laatste keer voorbij zagen komen. Ik ben tevreden. Weliswaar zeiknat, maar ik heb een mooie koers gezien. Dat Nederland daarbij ook nog eens won, interesseert me eigenlijk weinig. Ik wil niet worden zoals die vele Australiërs hier, of die in Oranje gestoken ‘glory-seekers’ bij het hockey. Via de kust loop ik naar huis, een mooie wandeling, die me ook over het kerkhof van Waverley brengt. Een van de mooiste kerkhoven die ik ooit zag. Heeft weliswaar niets met wielrennen te maken, maar het heeft als overeenkomst dat het de moeite van het bezoeken waard is.

Advertenties