Tags

, ,

Vanaf de heuvel vlak bij de kust, daar waar zoals gebruikelijk in de meeste steden de dure huizen staan, en die ik had beklommen om het uitzicht over de zee, zie ik in de verte een paar dingen in de lucht vliegen die ik eerst voor paragliders aanzie (er zijn aan die kant van Nelson ook heuvels), maar die bij nader inzien vliegers blijken te zijn. En aangezien ik op deze winderige zondag toch niets anders te doen heb dan rondlopen in het kleine stadje aan de noordkust van het zuidereiland van Nieuw Zeeland, loop ik naar het park waar het vliegerfestival plaatsvindt.

Op weg ernaartoe concludeer ik dat ik totnogtoe in mijn leven niet echt een gelukkige relatie met vliegers heb gehad. Mijn eerste vlieger kreeg ik op een verjaardag. Een paar maanden later, op een mooie lentedag zouden we het ding uitproberen. Aangezien mijn ouders niet al te veel vertrouwen hadden in mijn capaciteiten als vliegersamensteller, deden zij het werk voor me, de latjes en het stuk plastic werden aan elkaar vastgemaakt en we konden beginnen. Gelukkig hadden we een grote tuin, dus achter het huis konden we proberen het ding het luchtruim in te zenden.

Het bleek te lukken. Al snel had mijn vader de vlieger professioneel opgelaten (heet dat zo?). Mijn “papa, nu wil ik” werd genegeerd, het ding moest hoger. Het touw werd verder afgerold en hoger ging het. Mijn smeken hielp niets, ik mocht mijn eigen vlieger niet vasthouden. Daarvoor was ik nog te klein, redeneerden mijn ouders. Waar ze echter niet op hadden gerekend was het feit dat het touw wel netjes om een stuk hout zat, maar dat het niet vastgemaakt was door de fabriek. Dus toen het touw geheel afgewikkeld was, had mijn vader een stukje hout in de hand en vloog de vlieger met de wind mee de tuin uit. Mijn protest dat ik de vlieger nog niet eens zelf had vastgehouden, ging ten onder in het gelach van mijn moeder. Op de fiets probeerde mijn vader het ding nog terug te halen, maar de wind was sneller dan hij was en ik heb de vlieger nooit weer gezien.

Vandaag in het park is er een groot gebied afgezet en hangen een aantal gigantische vliegers in de lucht, vastgebonden aan auto’s en tractoren. Een teddybeerachtig geval en een inktvis. Een hagedis en een vliegtuig. Meerdere grote vliegers hingen midden in het park. Om het afgezette gebied heen liepen vele ouders met hun kroost, velen hadden een kleine vlieger meegenomen, die de kinderen trots vasthielden. Aan de andere kant van het park is het druk, dus daar zal wel wat aan de hand zijn en ik besluit er dus maar een kijkje te gaan nemen.

Ik hoor over de speakers dat er zo meteen nog een heat gehouden zal worden, dus ik zet me in het gras en denk nog eens terug aan de andere minder succesvolle ervaring met vliegers in mijn leven. Ik werkte op een camping in Frankrijk, waar ik de jeugd vijf uur per dag moest bezighouden. Twee sessies per dag, twaalf per week moest ik invullen. Na twee weken was ik door ideeën heen. En ook al kun je vele dingen regelmatig herhalen, om het voor mezelf leuk te houden, probeer ik eens wat nieuws. Vliegers maken dus. In een of ander knutselboek had ik gezien dat het niet al te moeilijk kon zijn en ook al had ik twee linkerhanden, ik had het idee dat ik er zeker een drie-uurssessie mee kon vullen. Het voordeel was namelijk dat de sessie begon met een wandeling naar het bos, waar de kinderen twee geschikte takken moesten vinden die later het frame van de vlieger zouden vormen. De wandeling, het zoeken en het terugwandelen namen al bijna de helft van de benodigde tijd in beslag.

Eenmaal terug bij mijn tent gaf ik dan papieren uit die ze in een ruitvorm moesten knippen en dan schilderen of tekenen, zodat het niet zo maar een vlieger zou worden. De eerste keer deed ik nog een poging de twee takken voor de kids met touwtjes aan elkaar te knopen, maar al snel had ik door dat plakband veel effectiever was. Het frame plakten we dan op de achterkant van het kunstwerkje en onderaan kon dan nog een staart gehangen worden. Een behoorlijk stukje werk, met soms verrassend mooie resultaten, met slechts een klein nadeel. Vliegen zou het ding nooit. De takken waren te zwaar, het papier niet sterk genoeg, het touw niet lang genoeg.

Meestal vertelde ik de kids aan het eind van de sessie dat het ding echt kon vliegen, als ze maar hard genoeg liepen voordat ze het loslieten. Een enkele keer, in een sarcastische bui, liet ik ze in een lijn voor mijn tent opstellen, waarna ze allemaal zo hard mogelijk moesten lopen, op mijn signaal. Terwijl sommigen zich de longen uit het lijf liepen, stonden mijn collega’s en sommige ouders lachend aan de rand van het veld te kijken, naar vele kleurige vliegers die toch nooit het luchtruim zouden zien. Maar ik had er tenminste weer drie uur opzitten en kon die middag met een korte sessie van twee uur mijn werkdag afsluiten. Zelf maakte ik eigenlijk nooit een voorbeeld, meestal waren er wel een of twee elfjarige meisjes die sowieso een mooiere vlieger dan ondergetekende konden maken.

De wind is gedraaid en de grote bakbeesten van vliegers moeten verplaatst worden, anders kan de volgende heat niet plaatsvinden. Hoe er wedstrijden gehouden kunnen worden is me een raadsel, maar ik ben nieuwsgierig genoeg om te blijven kijken. De regels blijken simpel. Alle deelnemers hebben een vlieger van gelijke afmetingen (iets meer dan twee meter doorsnee geloof ik) en laten die na een signaal vliegen. De kunst is dan om de andere vliegers neer te halen. Dat kan blijkbaar door met de touwen de tegenstander af te snijden of door een bepaald punt van de vlieger aan te raken, waardoor de balans verstoord wordt. De winnaar is uiteindelijk de vlieger die het langst in de lucht blijft.

De heat begint en duurt veel minder lang dan gedacht. Al snel zijn er erg weinig vliegers over, terwijl een aantal eigenaars aan de rand van het park achter hun vliegers aanrennen. De winnaar is een paarse vlieger. De speaker is enthousiast en vertelt dat door dit resultaat nog een heat gehouden moet worden. Het publiek vindt het wel goed, ze vermaken zich wel met hun eigen vliegers, in het treintje dat rondgaat, of met hun picknick. Een groep mongolen staat te kijken, maar hun enthousiasme lijkt eerder gebaseerd op het feit dat ze een dagje uit zijn en allemaal een flesje cola gekregen hebben, dan vanwege de vliegerwedstrijd.

De volgende heat begint wat later omdat de wind nu is gaan liggen, wat de speaker de mogelijkheid geeft een hele verhandeling te houden over de gebruikelijke windrichtingen op zondagmiddag in dit park in Nelson, terwijl de deelnemers aan de wedstrijd geduldig wachten op het begin van de heat. Als ze eenmaal bezig zijn, lijkt volgens mij de beste tactiek buiten het gedrang blijven. Meerdere vliegers gaan per tweetal naar onderen, met alle touwen in een bijna niet te ontwarren knoop.

Er is nog een laatste heat nodig, met dubbele punten, waarvoor maar vier deelnemers worden uitgenodigd. De finale dus. De laatste twee in die finale nemen er de tijd voor, de speaker verwart de namen van de deelnemers en niemand weet wie er nu uiteindelijk gewonnen heeft, al is het waarschijnlijk een Brian, aangezien de laatste twee allebei Brians waren. De zon is ondertussen ook doorgebroken en ik blijf heerlijk in het gras liggen met een boek erbij. Het is een mooie zondag.

(Nelson, Nieuw Zeeland, januari 2001)

Advertenties