Tags

, , , , , , , ,

Koenego

Het verkeer in Duitsland werkt niet mee, de vrijdagspits zorgt voor veel vertraging. Dus rijden we zaterdagochtend al extra vroeg door Zwitserland, op weg naar Como. Goed dat ik toch even op de website heb gekeken gisteravond, want ik had nog steeds Bergamo in mijn hoofd. De finish was de laatste jaren in het mooie centro storico van die stad. Tijdens mijn eerste en enige bezoek aan Bergamo, 8 jaar geleden, had ik dat deel van de stad gemist. Een mooie kans om dat recht te zetten dus. Maar goed, in Como ben ik nog nooit geweest en het is ook nog eens dichterbij, wat nu dus een voordeel is.

Gelukkig wilde ze mee. We zijn voor het eerst samen op vakantie, Toscane is het reisdoel. Maar om nou over de autostrada langs te rijden terwijl de Ronde van Lombardije vlak bij is, leek mij onverdraaglijk. Zij vindt het goed dat we een dag later op onze bestemming komen, als ze mij daar een plezier mee kan doen. Een goed teken.

Zodra we de autobaan af zijn, rijden we op de prachtige weg om het Comomeer. In Zwitserland hebben we al meerdere mooie meren gezien, nu zien we er eindelijk een van dichtbij. Ik weet niet waar de Ronde eindigt, maar we rijden op goed geluk de stad in en voor we het doorhebben zien we de vlag van de laatste kilometer boven de auto langs schieten.

Eenmaal bij de finish vinden we een wonderbaarlijk goede plek. Nog maar een uur tot de renners er zijn en we kunnen een meter of 10 na de finish achter het hek nog staan. Enig nadeel is dat we wel over een fiets heen moeten buigen, want de man naast ons is niet van plan het ding ergens te parkeren. Ik mis het grote scherm wat eigenlijk standaard bij dit soort grote wedstrijden aanwezig is, nu weten we dus nog steeds niet wat er onderweg gebeurt.

Aan de overkant denk ik de bovenkant van het hoofd van Mart Smeets te herkennen. Meer kunnen we niet zien, achter de raampjes van het televisiehok herken ik geen anderen. Een foto van de overkant maken lukt wel, maar op het kleine schermpje van de digitale camera is het hoofd van Mart niet te zien. Het Italiaanse vermaak is vrij simpel. Jongedames in strakke pakjes de straat op sturen om het publiek te vermaken. De dansjes interesseren me niet, wel ben ik erg blij met het glossy programmaboekje dat ze uitdelen. Achter me hoor ik dat de digitale camera gebruikt wordt om foto’s te maken van het meer en de omringende bergen.

Een half uurtje later, we genieten nog steeds van het najaarszonnetje dat heerlijk schijnt, begint een Italiaan ons op de hoogte te houden van de koers. Ik zie hem iets verderop in het finishhokje naar een televisie kijken, niet echt inside information dus. Ik spreek weinig Italiaans, maar net genoeg om flarden mee te krijgen, dus ik weet dat Boogerd voorin zit en Rasmussen nog mee heeft. Naast me krijgt iemand flink wat aandacht van 2 oude Italiaanse mannetjes. Haar blonde haar zal daar zeker een factor in zijn, hulpeloos kijkt ze naar mij voor een vertaling. Ik begrijp ook niet veel, maar dat hindert de heren geenszins. Ze praten toch wel door. “Ze komen niet uit Italië, maar uit Como”, lachen ze.

Achter ons komt een ouder Nederlands echtpaar te staan, die nog minder Italiaans spreken dan wij. Slechts de seconden en de kilometers krijgen ze mee, ze hebben blijkbaar de getallen goed uit het hoofd geleerd uit hun ‘Wie wat waar’ boekje. 5 raampjes van Smeets naar rechts ontdek ik een televisie en ik ben blij dat ik mijn bril op heb. Niet dat ik het kan volgen, maar ik begrijp het commentaar wel beter daardoor.

Ik vertaal wat voor onze landgenoten, maar ik spreek de naam van de Italiaanse favoriet verkeerd uit. De oude mannetjes naast ons corrigeren me. De nadruk ligt dus niet op de tweede lettergreep, CuNEgo, maar op de eerste KOEnego. We lachen allemaal als ik het in de derde poging eindelijk wel goed uitspreek, waarna ik een poging doe om hem de juiste uitspraak van Boogerd, met harde G, te leren. Het interesseert hen niet echt.

Ondertussen zien we de laatste meters van Zulle, die al heeft opgegeven en via een binnenweg Como al heeft bereikt (en een week later zijn wielerpensioen aankondigt). Ook Freire rijdt de koers niet uit vandaag. Een dozijn andere renners waren hen al voorgegaan. Elke keer zijn we te laat voor een mooie foto, alleen met Freire hebben we mazzel dat hij nog even wordt tegengehouden door wat fotograven.

We horen dat de Haagse held met Basso en Evans voorop ligt op de laatste klim. De helikopter is zichtbaar boven het bultje, de eretribune zit ineens helemaal vol, de sfeer die er hangt is geweldig. Lang leek het er niet echt op. Tot nog toe leek het eerder op een lokaal criterium dan op een wereldbekerwedstrijd. De echte Italiaanse beleving miste ik. Nu heerst er de spanning van de anticipatie, de renners zijn in aantocht.

Alleen naast me staan de twee oudjes op hun dooie gemak. Zij weten al wie er wint, het is niet eens meer spannend. Hun favoriet heeft de 7 seconden achterstand goedgemaakt. Met Nardello maakt dat een groep van 5. Het Nederlandse contigent hier hoopt nog op Boogerd, maar die hoop is tevergeefs. Terwijl ik met mijn hoofd tegen de spijlen zie dat de jonge held inderdaad het karwei afmaakt en naast me een mislukte poging wordt gedaan om de kopgroep op de foto te zetten (‘kijk jij maar, ik maak wel een foto’), staat naast haar een tweetal arrogant te kijken zoals alleen Italianen dat zo mooi kunnen. Ik probeer ze nog te overtuigen dat het nog redelijk krap was, maar volgens hen stond Cunego alleen op de finishfoto.

Ik zie mijn echte favoriet, Bettini, even later in de groep juichend over de meet komen. Hij heeft de wereldbeker gewonnen. Bij het erepodium is het een gedrang van jewelste en zien we Smeets in het voorbijlopen nog even een kort praatje maken met Ton van Engelen. Hij kijkt niet naar het podium, maar loopt door. Op weg naar zijn lift naar het vliegveld gok ik. Zelf lopen we even later langs het water terug naar de auto. Onze vakantie kan beginnen.

Advertenties