Tags

, , ,

Criterium

De nacht van Hengelo is veel meer dan een wielerronde. De kermis op de markt draait voluit als ik van het station kom lopen, op weg naar de start en finish van het parcours. Het herinnert me aan jaren geleden toen we regelmatig naar criteriums gingen, zelfs in plaatsen waar we (bijna) nooit kwamen. Het geluid van de speaker was altijd nuttig op zoek naar het. Voor de tieners van Hengelo is deze avond een ideaal excuus om lang in de stad te hangen. Voor hen is er op de kermis genoeg te doen, staat er nog een markt in het centrum en zijn er diverse podia opgesteld, waar de eerste bandjes aan het soundchecken zijn.

De ronde voor 50+-ers doet me denken aan de zondagochtend. Als vaste invaller van het vierde van G.F.C. speel ik met mannen die nog zo veel plezier aan het spelletje beleven, dat ze er elke zondagochtend vroeg voor opstaan. Gewoon lopen kost ze al moeite, de maandagochtend blijkt opstaan nog zwaarder dan vorige week. Ook de veteranen die hun rondjes door het centrum van Hengelo kunnen geen afscheid nemen van hun sport. De shirtjes zitten te strak, de benen zijn niet meer geschoren. Achter in het peloton zijn meerdere renners die al blij zijn dat ze überhaupt meedoen. Elke ronde fladderen er weer een paar van het toch al niet te grote peloton. De winnaar, Smit uit Haarlem, demarreert na een ronde of 10 en loopt in zijn eentje elke ronde uit op de groep. Hij wint met gemak, achter hem sprint de rest voor wat premies om zo de benzine terug te verdienen.

De speaker interviewt de sterren en de regionale helden voor het begin van de profronde. De start laat even op zich wachten, als Jo Planckaert meldt dat Roger Hammond onderweg is. Vanuit de start is het meteen een mooie koers, een kopgroep neemt al snel ruim 20 seconden voorsprong. Een ander groepje probeert te volgen. Ik geef mijn plekje vlak bij de finish op, om een rondje te gaan lopen. Als altijd loop ik tegen de richting van de renners in. Onderweg is het rustig, een bui zorgt er voor dat ik ook flink nat wordt, voordeel is wel dat het dermate rustig is aan het parcours, dat je de renners goed kunt zien elke keer. Ik probeer een eigen raadsel op te lossen: ik loop tegen de koers in, dus ik zie de renners elke keer binnen een ronde. Zou ik met de koers meelopen, dan duurt het net iets meer dan een ronde voor ik ze elke keer zie. Dus ik zie ze vaker door tegen de koers in te lopen. Maar als ik terug ben bij de finish, een minuut of 25 later, zou het niet uit moeten maken of ik links- of rechtsom was gelopen, ik loop tenslotte dezelfde afstand en in die tijd leggen de renners een gelijke afstand af. Ik weet dus niet of ik ze nu vaker zie of niet. Ik kom er niet uit.

De kopgroepen komen samen en er ontstaan weer nieuwe groepen. De speaker schreeuwt door de microfoon om meer enthousiasme, het is tenslotte een geweldige koers. Ik moet denken aan verhalen die ik van kenners heb gehoord, waarin blijkt dat de uitslag vooraf al bekend is. Ik zie Thomas Dekker midden in het peloton een gesprek voeren met Aart Vierhouten en concludeer daaruit dat het niet echt hard kan gaan, ook al lijkt het wel zo. Kopgroepen die de ene ronde nog een straatlengte voorliggen, zijn een ronde later weer ingelopen. Het kan niet anders, of ook hier is alles al bepaald. “We schotelen het publiek een leuk spektakel voor, maar bepalen zelf wie er wint”, lijkt de gedachte. De speaker vertelt ondertussen voor de vierde keer dat Jo Planckaert vanmiddag in Hengelo Gelderland stond op zoek naar het parcours. Ontzettend grappig, dat dat nou net een Belg moet overkomen. Zelfs een Belgenmop krijgt het publiek niet echt op gang.

McEwen heeft al twee keer gewonnen hier, rijdt ook veel op kop van het peloton. De regionale renners laten zich natuurlijk zien. Tankink voor het eerst na een blessure, Reinerink die altijd wil aanvallen, Kemna die bij de tussensprints zijn snelheid test en ook Löwik is erg actief. Rabobank heeft Traksel aangewezen om de premies en miniklassementen te pakken en Bobbie kwijt zich goed van die taak. Het is weer droog, maar het wordt ook donker. Op de kermis wordt het steeds drukker en doet de presentator van de autoshow een poging de wielerspeaker te overstemmen. Kemna en Reinerink strijden voor de leidersprijs en zitten vlak voor het eind van de koers ook in de kopgroep van een klein dozijn renners. Ook de andere regionale helden zitten er bij, net als Hammond, McEwen en Vierhouten. Alle grote namen en alle publieksfavorieten samen op zo’n 10 ronden voor het eind. Alsof het besteld is. “Het publiek wil gewoon besodemieterd worden”, schiet er door mijn kop. En de gedachte blijft daar zitten, zonder dat ik me daaraan stoor. Als ik een voetbalwedstrijd zie en een kwartier voor het eind tekent zich een gelijkspel af, zet ik de televisie uit, maar hier blijf ik nat staan kijken naar een koers waarvan de winnaar al bekend is. Ik gok op Reinerink of Löwik. Rik probeert het alleen, heeft ook een behoorlijk gat, maar is een ronde later toch weer ingelopen. Uiteindelijk wordt het een groepje van drie renners die voor de winst gaan strijden en inderdaad wint Löwik die sprint.

In de trein naar huis concludeer ik dat ik het inderdaad niet erg vind om opgelicht te worden. Ik heb een leuke avond gehad, ondanks de omstandigheden, ondanks de matige sfeer, de weinige toeschouwers. Ik denk dat ik een wielergek ben.

Advertenties