Tags

, , , ,

Woensdag 8 november, Sydney
8e etappe Commonwealth Bank Classic, Centennial Park

Ik wist niet hoe laat de koers zou beginnen, dus pak ik de bus op tijd naar het Centennial Park. Ik stap uit vlakbij de plek waar tijdens de Olympische Spelen de start en finish van de wielerwedstrijden was, maar aangezien daar het verkeer gewoon doorraast en niets er op wijst dat dat snel gaat veranderen, weet ik dat het hier in ieder geval niet is. Ik loop dus maar verder het park in, daar waar ik nog niet eerder was, maar aangezien ik de blauwe streep van de marathon nog op de weg zie staan, weet ik dat ik de goede kant oploop.

Later kom ik langs een punt waar het verkeer tegen gehouden wordt, een goed teken. Het is vlak voor tien uur als ik aankom bij de startplaats. Het is er nog vrij rustig. Renners zijn op hun gemak aan het rondfietsen op het parcours, terwijl overal in het park het leven gewoon verder gaat. Centennial Park is voor de Sydneysiders wat Central Park is voor de New Yorkers. Groen midden in de stad, de mogelijkheid even te vluchten voor flatgebouwen, convenience stores, uitlaatgassen, haast en verkeerslichten.

En dus is het mannentrimclubje gewoon bezig aan de oefeningen. Op deze warme ochtend heeft de helft het T-shirt al over een reling gehangen en de blikken van de vrouwelijke bezoekers aan het park dwalen regelmatig in hun richting. Vele andere joggers komen voorbij, met of zonder walkman, soms met een hond die mee rent, anderen in de meest buitengewone kleuren, zonder dat de snelheid die daar het best zou passen wordt aangehouden. Verder zijn er de moeders met kinderwagen die genieten van de eerste zomerse dag sinds weken en de ouden van dagen die hier elke dag rondlopen. Het park is echter zo groot, dat het geen moment druk lijkt.

Achter de finish zijn meerdere teams zich aan het voorbereiden op de race van vandaag. Het team van New South Wales, de thuisrijders, krijgen nog een speech van hun ploegleider, de Polen die de race onder controle hebben, meerdere etappes al wonnen en ook de gele trui om de schouders van een van hun renners hebben, zitten in het gras te wachten terwijl de mecaniciens hun fietsen nog een keer controleren. Het Duitse Bosch team is het meest ontspannen. Meerdere keren klinkt er hard gelach uit hun richting en de renners lijken deze wedstrijd als uitje te zien, niet de laatste serieuze wedstrijd van het seizoen. Een van de rijders stelt de mecanicien een deal voor: “Jij rijdt en ik ga in de auto mee vanochtend.”, en een andere loopt op het gras naar de finish, mompelend dat hij geen fiets heeft. Ik maak een geintje en zeg hem dat hij dan toch gewoon een etappe overslaat, vanavond is er weer een criterium, maar hij vertelt me serieus dat je elke etappe moet meedoen.

Jans Koerts in zijn paarse trui komt voorbijrijden en ik groet hem met een “goedemorgen”, maar hij is niet verbaasd dat hij hier Nederlands hoort.

Er zijn nog 58 renners over van de 60 die zaterdag startten in de Commonwealth Bank Classic, de race die dit jaar voor de 19e en laatste keer georganiseerd wordt. Als ik een programmaboekje oppik bij de merchandise stand, raak ik mijn plekje vlak achter de start en finish kwijt, maar ik kan nog wel even vlak voor het wachtende peloton langs oversteken en kan aan de andere kant van de weg achter het hek een minstens zo goede plek vinden. De speaker lult al sinds half elf tegen het schaars aanwezige publiek en de officiële fotograaf heeft op een groot prikbord meerdere foto’s bij zich die hij nog hoopt te verkopen vandaag.

Wanneer de renners om 11 uur vertrekken, wordt er tegen het heuveltje op meteen al gedemarreerd. Ik laat de renners een keer langs komen en besluit dan een rondje te lopen, tegen de rijrichting in natuurlijk, wat de beste manier is om veel te zien, zoals ik vroeger bij de criteriums leerde. Het rondje is bijna 3 kilometer lang, ze moeten 35 keer rond om precies 100 kilometer af te leggen. Er zijn er 5 weg vanuit de start en in de tweede ronde lukt het nog eentje om er naar toe te rijden. Als dat gebeurt hoor ik in het peloton een paar goede Nederlandse vloeken. De Websdale ploeg heeft niemand bij de eerste zes en is daar dus niet tevreden mee. Het is niet Koerts, de kopman, maar een van de anderen die zijn ploegmaten er van langs geeft en de volgende twee ronden zijn de Nederlandse rijders op kop aan het jagen. Het helpt niets.

Het rondje is mooi. Prachtige omgeving dit park en weg van de finish is het een heerlijke stilte, slechts onderbroken door het geluid dat 52 fietsen maken als ze voorbij komen. Op de hoek probeer ik een mooie foto te maken. Zo eentje als je elk jaar tijdens de tour ook ziet van een peloton met een mooie achtergrond. Maar met mijn camera lukt dat waarschijnlijk toch niet. Zodra ik het probeer, realiseer ik me dat dat de laatste foto was. Het tellertje is kapot, dus komt het elke keer weer als een verrassing. Ben ik meteen uitgefotografeerd voor vanochtend. Naast me in de schaduw zit een professionele fotograaf met een paar telelenzen die van hieruit volgens mij de surfers op het strand van Bondi, zo’n kilometer of vijf verderop, nog in beeld zou moeten kunnen krijgen. Hij werkt voor de website ‘cyclingnews.com’ vertelt hij, heeft ook een laptop openstaan naast hem in het gras.

Als ik na zo’n acht ronden aan de achterkant van het parcours loop, heerlijk in de schaduw van de grote bomen, probeert Koerts het zelf. Een ronde later heeft hij twee sterke helpers mee, maar weer een ronde later zijn de twee verder, terwijl Jans weer in de grote groep zit. De race zit eigenlijk een beetje op slot. Nu al. Op het klimmetje na de finishlijn zie je dat het misschien geen steile klim is, maar wel dat de rijders daar moeite mee gaan krijgen als ze er voor de zoveeldertigste keer overheen moeten. Er ontstaat een tweede groep van 6 renners, met daarin Bjorn Hoeben, de enige Nederlander die wel goed in vorm lijkt te zijn deze dagen.

Terug bij de finish is het precies halverwege de koers. De kopgroep heeft bijna drie minuten voorsprong en zit dus dichter achter het peloton, dan dat het peloton bij hen zit. De achtervolgers zwemmen, zoals dat dan zo mooi heet in wielertermen. Ik neem mijn plekje vlak na de finish weer in, het is gelukkig erg rustig en kijk de rest van de race van daaruit, terwijl ik de hete zon in mijn nek voel branden. Geen zonnecrème meegenomen, zal mijn kop wel weer leuk verbrand hebben ondertussen. In het peloton vinden ze het ondertussen wel goed en draaien ze hun rondjes, waarbij de Duitse sprinter Schumann onvermijdelijk als laatste doorkomt.

Uiteindelijk is het de Pool Skoczylas die de etappe pakt, nogmaals aangevend dat de Mroz-ploeg met afstand de beste renners heeft in deze koers. Wajs behoudt de gele trui. Voordat de renners worden gehuldigd wordt het publiek door de speaker naar het podium gelokt en speelt hij een kwisje waarbij de winnaars een verrassingspakket krijgen met daarin allerlei dingen die sponsors graag weggeven. Er zijn zo weinig liefhebbers dat de helft uiteindelijk met zo’n plastic tas naar huis gaat. Ik win de mijne dankzij het antwoord ‘Netherlands’ op de vraag welke landen er buiten Polen en Australië zoal meedoen met de Commonwealth Bank Classic. Heb ik toch maar mooi even een T-shirt erbij, altijd makkelijk als je aan het rondreizen bent. De frisbee en het heuptasje kan ik wel weggeven aan een van mijn huisgenoten.

De eerste drie komen op het podium en worden kort gehuldigd en geïnterviewd al spreekt de Poolse winnaar niet meer dan de prachtige tekst “I no speak English”, wat hem toch een applausje oplevert. De drager van de bolletjestrui, de Welshman Julian Winn, komt zijn trui voor de tweede achtereenvolgende dag niet ophalen, maar Jans Koerts praat zonder problemen twee keer zo lang met de speaker. Hij is eigenlijk, samen met de baanrenner Danny Clark, de enige grote prof in deze koers en laat dat in ieder geval buiten de wedstrijd zien, door niet alleen hier, maar ook voor de televisie elke dag een paar woorden te praten. Ook in de omgang met de pers is ervaring belangrijk.

Als Wajs nog een gele trui krijgt is het tijd voor de renners om nog wat DuPont frisbees het publiek in te gooien, waarbij Koerts zich behoorlijk uitslooft en ik er eentje uit de lucht pluk met een hand, die de derde plaats Cameron Hughes wegwierp, wat me een compliment van mijn achterbuurman oplevert. “Nice catch”, klinkt het, al heb ik pas later door dat hij die frisbee waarschijnlijk zelf had gedacht te vangen. Ik prop mijn pakketje en frisbee in mijn rugzakje en besluit naar huis te lopen. Mijn buskaart is op en ik heb toch tijd genoeg, tijd voor een wandeling dus.

Advertenties