Tags

, , ,

Bernard Hinault was de keus van iedereen. Het verschil moest door andere namen gemaakt worden. De eerste editie was een kleinschalig gebeuren. 8 deelnemers die de eerste tien van het eindklassement voorspelden. Mijn vader en een vriend van hem waren de initiatiefnemers, ik mocht meedoen en de buurman die toevallig ook net langs kwam vulde ook zijn voorspelling in. Wie er won weet ik al lang niet meer. De puntentelling was niet eenvoudig, wel logisch. Hoe meer plaatsen je voorspelling afweek van de uiteindelijke eindstand, hoe minder punten je kreeg. Het jaar daarop mocht ik het overnemen. De inleg bleef een rijksdaalder, het aantal deelnemers gelijk, ik voegde alleen de voorspelling toe van de nevenklassementen.

Na een aantal jaren groeide de belangstelling. Vrienden van de voetbal, meerdere familieleden en bekenden van vrienden wilden ook wel meedoen. Het aantal onderdelen steeg ook. Een aantal etappes kwam erbij en een aantal vragen werden toegevoegd. Die vragen varieerden van ‘Wie wordt de beste Nederlander?’ via “Hoeveel renners vallen er uit?’ tot “Wie is de eerste die op doping wordt betrapt?’. Het inleggeld ging omhoog naar 5 gulden. De buurman had nog steeds niet door dat Bernard Vallet en Christiaan Seznec ondertussen echt te oud waren geworden, de zondagavond na de laatste etappe werd steeds drukker. We bezochten de tour zelf en zagen de renners op de Alpe d’huez, Prapoutel, Crans Montana en in Morzine. De tourkoorts groeide.

Midden jaren tachtig kwam de ingeving om elke dag punten te scoren. Iedereen moest behalve de eindvoorspellingen ook een groepje renners kiezen die elke etappe punten scoorden. De administratie werd steeds uitgebreider. Elke avond moest de stand bijgewerkt worden en elke paar dagen moesten de deelnemers op de hoogte gebracht worden. Dit was de tijd voor de computer en dus werden de tussenstanden met pen en papier geschreven. Zeven, acht keer tijdens de drie weken fietste ik ’s avonds of op rustdagen door Goor. Gelukkig waren er op de meeste adressen meerdere deelnemers, dus het schrijven viel nog mee. De organisatie rustte ondertussen geheel op mijn schouders en ik beleefde er veel plezier aan. Vakantiewerk heb ik nooit kunnen doen in die tijd, tenminste niet in de maand juli.

Ondertussen besloot een van onze deelnemers om met een aantal collega’s ook een toto te organiseren. Meerdere deelnemers speelden bij beiden mee, hun concept leek verdacht veel op ‘onze’ poule van het jaar ervoor, alleen de puntentelling was iets veranderd. Wij besloten het jaar erop onze poule te vereenvoudigen. Elk jaar weer zagen we Van Poppel in het algemeen klassement terug en verschillende deelnemers konden geen drie ploegen noemen voor het ploegenklassement.

We waren ondertussen rond de veertig deelnemers beland. Het deelnameformulier en de eindstand werden getypt en stiekem gekopieerd op kantoren van helpende deelnemers. We besloten om slechts een keer een aantal renners te laten invullen, die punten scoorden in de etappes en de klassementen. Deze vorm gebruiken we nog steeds. De puntentelling is lichtelijk aangepast en elke etappe scoren nu de eerste 20 aankomenden, ipv de eerste tien, de truien scoren elke dag, maar het principe is gelijk gebleven: 22 renners invullen en klaar.

Na een paar jaar verscheen de ‘andere’ tourpoule in het plaatselijke weekblad. Qua deelnemers waren ze ons allang voorbij gegaan, ze hadden een aantal sponsors en het inleggeld was een tientje. Maar het enige wat ons tegenstond was de naam: de Goorse tourpoule. Tenslotte waren zij bijna een decennium na ons begonnen en als er iemand recht had op die naam, waren wij dat. Tijdens de lessen WordPerfect 4.2 schreef ik een brief namens de organisatie van De Oudste Goorsche Tourtoto, die netjes bij de collega’s organisatoren werd bezorgd en waarin wij hen vriendelijk doch dringend verzochten hun naam te wijzigen. De reacties waren uiteenlopend. Zag de een de humor er van in, een van de andere directeuren wilde ondergetekende verbieden nog ooit mee te doen bij hun poule. Beide namen bleven. Echte concurrentie is het nooit geworden. Zij hebben tientallen sponsors, een wekelijks tourcafe en een feestavond voor de prijsuitreiking, die helaas vaak pas aan het eind van de vakantie valt, zo ongeveer wanneer de Vuelta van start gaat. Wij pogen klein te blijven, al lukt dat nauwelijks. Ruim 60 deelnemers doen elk jaar mee en het inleggeld, nog altijd slechts 5 gulden, gaat volledig naar de bokalen en het prijzengeld.

Natuurlijk zijn wij ook met de tijd meegegaan. Een paar jaar geleden gebruikten we voor het eerst een spreadsheet om de dagelijkse standen te berekenen. Sinds twee jaar hebben we zelfs een eigen website, al stelt die niet veel voor, behalve de tussenstanden staat er niets op. We brengen nog steeds tussenstanden rond, maar nog maar twee keer tijdens de tour. En zo nu en dan gebruiken we de auto daarvoor. De directie bestaat ondertussen uit vier personen, waarvan er twee meestal erg druk zijn. Zelf was ik vanwege werk in het buitenland een aantal keren afwezig, maar de toto is populair genoeg, Peter en Bas doen ook een hoop werk. Tijdens de Goorse school- en volksfeesten een of twee weken voor de tour worden we door diverse deelnemers herinnerd aan het feit dat ze nog geen formulier hebben.

Maar de veranderingen zijn details. Op zaterdagmiddag is het een komen en gaan van deelnemers. Elk formulier wordt aan uitgebreid besproken. Namen van wielrenners vliegen heen en weer over de tafel. Er worden laatste tips uitgewisseld, een enkele naam wordt op het allerlaatste moment toch nog vervangen. Die ene Italiaan start toch niet, moet je weer een vervanger zoeken. Op dezelfde dag controleren we alle rugnummers, nadat die in de computer zijn gebracht ’s avonds ken ik alle favorieten uit mijn hoofd. Zeker tijdens de eerste week zijn er momenten dat ik Mart Smeets versla in het herkennen van de renners in de ontsnapping. Het rondbrengen van tussenstanden is meer dan alleen een papiertje in de bus stoppen. Het is de kans om te drammen en te zeuren over de tour. Wie er goed rijdt en wie niet, wie van de deelnemers een goede lijst heeft en wie een slecht jaar heeft. Wie met de juiste klimmers nog terug gaat komen, wie met te veel sprinters nog hoog staat maar zeker zal zakken.

Elk jaar zijn dezelfde deelnemers favoriet, iedereen weet wie het meeste verstand van wielrennen heeft. Maar de overwinning is nooit zeker voor de favorieten. Nog steeds is niemand in staat gebleken om zijn of haar titel te verdedigen. Diverse deelnemers hebben twee keer gewonnen, maar niemand vaker dan dat. Wij denken dat ons niveau hoog is. In de tien jaar dat de regionale krant een toto organiseert hebben al twee van ‘onze’ deelnemers een hoofdprijs gewonnen, meerdere kleine prijzen kwamen naar Goor. Bij werktoto’s en andere poules doen ‘onze’ deelnemers het altijd goed. Maar het komt toch ook regelmatig voor dat een zogenaamde ‘niet-kenner’ de hoofdprijs pakt.

Vele poules en toto’s zijn groter en spectaculairder dan de onze. Behalve eer, een bokaal en een miniem geldbedrag is er bij ons niets te halen. Maar we zorgen er ook voor dat de een- of twee na laatste nog een prijs wint. En de pechprijs wint zijn inschrijfgeld terug. Onze deelnemers zijn trouw en dus organiseren wij in 2001 de 24e editie van de Oudste Goorsche Tourtoto. We zijn nog geen oudere tegengekomen, al zal die beslist ergens bestaan.

De tour is voor ons het allermooiste sportevenement. We zijn allemaal voetballers, maar kunnen zonder problemen een jaar zonder voetbal op tv, zo lang de tour maar uitgezonden wordt. Drie weken lang staat ons leven in het teken van de tour. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Van de ochtendkrant, via Radio Tour, naar de televisie. Van het uitrekenen van de scores, het kijken naar het tourjournaal, het bijwerken van de website tot het incidenteel kopen van de L’equipe om te kijken wat de Nederlandse kranten missen, maar vooral voor de heerlijke pagina’s vol statistieken. Het gaat zelfs door tot de nachtelijke uitzending van TV5, de zender die 49 weken per jaar genegeerd wordt, maar tijdens de tour elke dag bekeken wordt. En de afsluiting van dat programma zou ons motto kunnen zijn: Vive le velo!