Tags

, , ,

Het winnende recept voor het invullen van een tourpoule bestaat niet. Hele volksstammen buigen zich elk jaar over de vraag wie ze wel en wie ze niet in hun ploeg op zullen nemen. Wetenschappelijke formules worden toegepast, wielerliteratuur wordt verslonden, het parcours wordt uitvoerig bestudeerd en het internet wordt goed bezocht op zaterdagochtend voor de proloog. Uiteindelijk komen de meeste kenners toch weer aan met een ploeg vol oude waarden, de juiste balans tussen sprinters en klimmers en een enkele verrassing, waarmee ze de concurrentie hopen voor te blijven.

Zo niet mijn moeder. Bij elke tourpoule zie je de namen staan. Meer vrouwen dan je op basis van interesse mag vermoeden. Een groot gedeelte van die vrouwen weet niet eens dat ze meedoen. Man, vriend of zoon heeft een extra formulier ingevuld en haar naam gebruikt. Het wordt pas echt leuk als ze het beter doet dan degene die het papiertje invulde. Het wordt komisch als ze per ongeluk in de prijzen belandt. De foto in de krant bewijst vaak wat menigeen al vermoedde. Ze heeft het zelf niet ingevuld. Een glimlach voor de fotograaf waar een wanhoop uit spreekt die ongeëvenaard is, de angst om op het podium een vraag te krijgen over de sport die ze nooit volgt, het is allemaal te lezen in die ene blik. “Als die gedrogeerde idioten over de bergen willen fietsen, moeten ze dat zelf weten”, zie je haar denken. Dat haar man (vriend, zoon) dat wil volgen is ook nog tot daar aan toe, heeft ze het tenminste drie weken rustig. Maar dat zij nu hier staat naast die wielrenner (hoe heet hij toch?) en moet doen alsof het een eer is, gaat haar te ver. Zo niet mijn moeder.

Zij is een van de trouwste deelnemers aan de Oudste Goorsche Tourtoto. En ze vult elk jaar zelf in. Een aantal jaren geleden won ze zelfs. Niet met mazzel, maar omdat ze de beste lijst had. Toch lijkt het me sterk dat ze de komende jaren nog eens zal winnen. Het invullen van het formulier gebeurt bij haar namelijk op een geheel andere manier dan bij de meeste deelnemers. Terwijl de meerderheid kijkt naar kwaliteiten als een goede sprint, talent voor klimmen en de samenstelling van de ploegen, laat mijn moeder zich leiden door totaal andere factoren. “Wat een leuke jongen”, klinkt het na een interview met de nummer 7 van Milaan – San Remo. “Wat een mooie coureur”, is het commentaar als ze een jonge Spaanse renner ziet die close up in beeld wordt genomen tijdens de ronde van Murcia. “In Frankrijk moet je Fransen hebben”, zegt ze en ze vult Xavier Jan in, die dat jaar dus geen enkel punt voor haar zal halen. “Lef”, is het argument om Commesso op te stellen, terwijl elke kenner weet dat die sprint moet aantrekken voor Cipollini. “Die gaat nog wel voor zichzelf rijden”, klinkt het nog hoopvol voor het begin van de proloog.

Etxebarria heeft zijn naam mee en inderdaad was mijn moeder een van de weinigen die de Bask opstelde, in het jaar dat hij twee etappes won. Hielp het haar? Nauwelijks. Want haar lijst staat vol met namen in de categorie “K.W.W. (Kiek’n wat ’t wot)”, de Twentse uitdrukking voor op hoop van zegen. Lukt het toevallig met een van deze renners, dan zit ze te glunderen voor de televisie. Dat die 8 andere verrassingen nog niets hebben laten zien, is even niet van belang. “Sta ik al bovenaan?” is de vraag als ik van de computer terugkeer met de nieuwe stand. De teleurstelling is elke keer weer groot als ze slechts 3 plaatsen is gestegen. Fanatiek als ze is, haar koppigheid wint het meestal als het op invullen aankomt.

Francois Simon komt nooit meer in haar team, zo’n oude boerenkop is niet haar idee van een leuke ploeg. Oscar Sevilla kan er daarentegen op rekenen dat hij de komende 8 keer automatisch op het papier staat. De meest irrationele motieven worden aangewend om uiteindelijk tot de 22 renners te komen die ze inlevert. Wat er ook gebeurt, ze weet zeker dat ze niet in de grijze massa zit die 17 van de 22 namen gelijk heeft. Dat ze erkende sprinters schrapt om plaats te maken voor weer een vage bekende (“Die reed echt heel goed in de ronde van Zwitserland”), stoort haar niet. Haar ploeg is uniek. En zal het ook blijven de komende jaren. Ze is te eigenwijs om goed gemeend advies aan te nemen.

Bij de start van een etappe in de ronde van Nederland kon ze eens rustig rondkijken. Ze wilde eigenlijk graag vragen aan de Domo-renners wat die er nu van vonden om met dopingzondaar Virenque in een ploeg te rijden. Ze is goed genoeg op de hoogte om te weten dat de Fransman niet echt populair is in het peloton. Maar ze durft het toch niet. Ze hoort dat Jalabert een beetje moe is (un peu fatigue, ze spreekt naar eigen zeggen nauwelijks Frans, maar dit kreeg ze toch wel mee) en ontdekte een oude naam: Jan Svorada. “Een leuk snuutje”, is Twents voor een knap gezicht. “Heb ik me daar al die jaren zitten verkijken”, concludeert ze. Svorada reed een goede tweede helft van de Tour. Maar hij is inderdaad de jongste niet meer. “Hij ziet er een stuk jonger uit hoor!”, hoorde ik nog. De eerste naam die volgend jaar op papier komt, is bij ons al bekend. Etxebarria heeft afgedaan, Svorada is de nieuwe held. En nu maar hopen dat hij inderdaad meedoet…

Advertenties