Tags

, , , , ,

Napier is een leuk stadje aan de Oostkust van Nieuw Zeeland. Het is een van de laatste steden in de wereld met een hoog Art Deco gehalte. Een aardbeving in 1931 verwoestte een groot gedeelte van de stad, de heropbouw gebeurde vrij snel, de stijl was typerend voor die tijd. Meer nog dan het bekendere Miami beach zijn de gebouwen overal te vinden. Ruim anderhalf jaar geleden was het een populaire vakantiebestemming, als de eerste stad ter wereld waar het nieuwe millennium zou beginnen. Wat kleine eilandjes in de pacific waren nog eerder in 2000, maar Napier was de eerste echte stad. Bezoekers werden teleurgesteld, het was bewolkt en de zonsopgang was niet zichtbaar. Het weer in Nieuw Zeeland lijkt eigenlijk best wel op dat van Nederland.

Begin dit jaar belande ik tijdens mijn reis in het stadje en had na een dag genoeg gezien van het centrum. De tweede dag bedacht ik dat ik maar eens weer actief moest worden. Samen met een Duitse jongedame huurde ik een mountainbike en we verkenden de omgeving. Niet echt grote afstanden, gewoon wat rondpeddelen. Stiekem had ik het einddoel van die dag al in mijn hoofd. Bluff Hill, 102 meter boven de zeespiegel, aan de rand van het stadje. Aan de ene kant de haven en de zee, aan de andere kant het centrum. Een prachtig uitzichtspunt. Mijn gezelschap van die dag was al moe van de tegenwind en besloot terug te keren, ik kon alleen naar boven.

Klimmen heeft altijd een aantrekkingskracht op mij gehad. De eerste dag naar de middelbare school op de nieuwe fiets schakelde ik naar een grote versnelling op de Herikerberg, de molshoop die tussen huis en school stond. Hinault, op dat moment de beste wielrenner, reed immers ook ‘groot’ naar boven. Op de wielrennersfiets die mijn vader ooit won bij de krant (volgens mij nog altijd vanwege mijn tips, volgens hem op basis van zijn eigen wielerkennis) reed ik in de zomer wel eens een rondje om wat conditie op te doen voor het voetbalseizoen. De Holterbergweg was dan altijd het doel. 6 klimmetjes in een rondje van 45 kilometer, leuk voor de recreant.

Het was aan het eind van de middag in Napier, toen ik op de weg onderlangs Bluff Hill fietste. De zon scheen, maar het was niet heet. De fiets waarop ik reed had weliswaar een heleboel versnellingen, maar was ook al diverse andere toeristen misbruikt. Het middelste blad werkte niet, dus terugschakelen moest met een behoorlijke sprong van het grote naar het kleine blad. Achter bleef de ketting ook nog wel eens haken, maar ik moest en zou de heuvel beklimmen. De zeewind waaide langs mijn kop, terwijl ik elke zijweg inkijk om te zien hoe ik boven moest komen.

Na een paar kilometer onder de heuvel te hebben gefietst, komt de afslag. Ik sla links af, schakel meteen een paar tandjes kleiner en val de heuvel aan. Met de tune van radio Tour de France in mijn hoofd, rij ik rustig naar boven, niet uit het zadel komend, omdat ik weet dat het dan moeilijk wordt. Halverwege de klim schakel ik nog wat kleiner, maar ik zit nog steeds op het grote blad. Twee haarspeldbochten later wordt het even erg steil, maar al snel nader ik het plateau en ik draai naar links een straat in met een aantal huizen en een lagere school. Links? Ik had vanaf de Marine Parade, de strandboulevard een uitzichtspunt gezien, maar daarvoor moest ik toch nog een behoorlijk stuk naar rechts. Op zo’n plateau niet echt een probleem, dacht ik. Dacht ik verkeerd, want nadat ik had omgedraaid en in het hogere gedeelte wat straten doorfietste, had ik door dat ik niet bij het punt kon komen, zonder eerst weer af te dalen.

Al dalend overweeg ik om terug te gaan, ik heb tenslotte bovenop gestaan, waarom me nog meer uitsloven? Maar uiteindelijk wint de eerzucht en de nieuwsgierigheid het toch en aan het eind van de afdaling, zie ik meteen de volgende afslag die me op het juiste stuk naar boven moet brengen. Optimistisch begin ik aan de volgende klim. Al snel moet ik naar het kleine blad, terwijl ik kan zien dat ik nog niet op de helft ben. Hoe kan dezelfde heuvel ineens voor zoveel meer problemen zorgen? Ik zwabber rond op de linkerweghelft, ontwijk een paar geparkeerde auto’s, ben waarschijnlijk een gevaar voor achteropkomend verkeer, moet nog kleiner gaan rijden en kom hijgend en puffend op een vlakker stuk, waar ik trots om me heen begin te kijken. Weer gelukt. Na een paar honderd meter zie ik het bordje staan: Bluff Hill Lookout 1.5 kilometer. Nog anderhalve kilometer dus, nu zal ik er komen ook. Al snel begint de weg weer te stijgen, maar dit klimmetje is slechts kort. Ik daal zelfs een stukje. Ik weet zeker dat ik op de goede weg rij, maar dalen? Dit kan niet kloppen. De laatste 400 meter gaan weer stijl omhoog. Dit is pure intervaltraining, dit was niet de bedoeling. Op de allerkleinst mogelijke versnelling leg ik het laatste stuk af, ik haal een wandelaarster in, een niet onknappe jongedame, ik kan dus onmogelijk nu langzamer gaan fietsen of zelfs afstappen. In een haarspeldbocht staat een auto te wachten tot ik langs ben, voordat aan de afdaling wordt begonnen. Blijkbaar ben ik te gevaarlijk om zo langs heen te rijden. Ik zie boven me de parkeerplaats en moet nog voor driekwart om de heuvel rijden voordat ik daar ook werkelijk ben. Met pijn en moeite en volledig buiten adem leg ik de laatste meters af.

Ik zet de fiets tegen een hek (standaard ontbreekt, net als een slot), al kost zelfs het afstappen me moeite. De laatste 20 meter naar het uitzichtpunt moet gewandeld worden, maar ik ga eerst op het hek zitten om weer wat lucht binnen te krijgen. Mijn T-shirt heeft geen droog plekje meer, ik heb de indruk dat de zon hier, honderd meter verder naar boven, een stuk feller schijnt en ik besluit dat ik toch geen klimmer ben. Dan maar nooit in mijn leven de bolletjestrui dragen.